Natuur

Ritsel-ritsel...

Zondagmiddag. Zonnetje. Koud pilsje in de tuin. Dacht je.
Je nekharen. Een zacht briesje laat je opdringerig voelen dat je weer eens naar de kapper moet.
De krekel. Met een oorverdovende knal belandt zij op het trommelvel van je krant.
De wesp. Die met panisch gezoem vanuit je inmiddels krachteloze bier tegen het glas omhoog kruipt. En wel aan jouw kant. Dat zie je als je het glas naar je mond brengt.
De bij, die iets belangrijks te doen heeft in de mouw van je t-shirt.
De glazenwasser. Wild flapperend verstrikt in je haar. Met achterlating van een nog bewegende poot bevrijdt zij zich en waait in je oor.
En er loopt iets. Iets groots. In je slipper. Onder de holte van je blote voet.
Dan: een koud, vochtig wezen baant zich een weg vanuit je nekhaar, kriebelend naar beneden, je shirt in. Nu ook een vanuit je oksel over je ribbenkast.
Verstijving. Kippevel. Moed scheppen en handelen. Je zo min mogelijk bewegen en de krant oprollen. Harde klappen op de vermoedelijke lokaties. Het stopt. Nee weer een. Bij je navel. Je rukt je shirt omhoog en kijkt: een druppel.
Koud zweet.

Zomeravond. Boswandeling. De natuur slaapt nooit.
Een mens heeft twee ogen. Plus tweemaal driehonderdzestig ooghoeken. Twee oren als schotels zo groot. Duizenden nekharen als overgevoelige antennes aan de achterkant. Geritsel in het struikgewas. Niks ‘vrije wandeling op wegen en paden’.
De vrije natuur manifesteert zich bij voorkeur in je ooghoeken, aan de rand van je gehoor en pas op: ongezien, dus temeer vermoed, achter je rug!!!

De natuur heeft zo haar wensen…

Advertenties