Waar ga je?

;
Wij ganen

Waarheen?
Naar de Zaan
Allemaal?
Met z’n allen
Waarom?
Omdat daar
De wieken van
De molens
Draaien gaan!

En toen?
Naar Zandvoort
Waar ligt dat?
Al aan de zee
Is dat niet ver?
We nemen broodjes
En koffie mee

Moet ik mee?
Ja ga mee
Waar nou weer heen?
Naar buiten
Waar de vogeltjes fluiten
En waar het zonnetje
Zo heerlijk schijnt
Waar de koetjes zoetjes
Loeien en
De boterbloempjes
Bloeien en
Al je misère verdwijnt

Zou je niet eens…?
Nee we gaan nog niet naar huis
Nog lange niet
Ook al was ze thuis
Wie?
Mijn moeder

.

Advertenties