Sterdam huilt

Langs de Piet Heinkade, aan het IJ, staan prachtig geresaureerde oude pakhuizen.

Ze zijn ons afgepakt. Tussen ons en de pakhuizen, tussen ons en ons IJ, zijn yuppenhuizen neergekwakt, een ander woord vind ik niet. Dat was nog niet genoeg voor hun nietsontziende hebberigheid. Ze bouwden gewoon over de oude magazijnen heen voor hun uitzicht op het IJ. De oude lobbesen zijn nu ook vanuit de lucht niet meer te zien.

Als tijdens de Dwaze Dagen. Over onze hoofden heen klauwen ze hebberig naar het grootste stuk van de taart. En dan nóg niet tevreden. Ook het Westerdok hebben ze gejat. Schepen, die vanaf het Noordzeekanaal de stad binnenvoeren, werden voorheen verwelkomd door de prachtige gevels van het Realen-eiland. Jan Mens, Griet Manshande, de Gouden Reaal. Nu zien ze slechts beton en glas.

Het signaal is duidelijk: ‘Dit Is Van Mij en U Doet Er Niet Toe. I fucksterdam.’

Vanaf het IJ is Amsterdam niet meer te zien. Vanuit de stad is het IJ niet meer te zien.

Hoezo op de kaart gezet?

Advertenties