Katrijn – het interview

o
(…) ‘In het begin had ik er eerlijkgezegd wel moeite mee hoor. Ik bedoel zo’n poppenbaas, hier beneden in de kast. Hij bedoelt het goed hoor bedoel ik, daar niet van. Maar ik bedoel als nette, fatsoenlijke vrouw zogezegd. Nee, dat was wel effe wennen ja. Moet je je voorstellen meid: iedere keer als je op moet pakt -ie je beet. Kijkt -ie met ze volle verstand onder je rok. Niet dat ik daar dus iets of wat heb zitten, maar het idee, weet je. En waar mijn Jan bij staat, ken je dat?’

(…) ‘Ik heb altijd verbaasd gestaan over mijn man Jan. Dat die er dus blijkbaar geen last van schijnt te hebben. Maar als vrouw zie je dat toch anders. Het voelt zegmaar als een intieme onwenselijkheid, hoe noem je dat. Nou ja. De rest wil je niet weten.’

(…) Goed dan. Afijn. Ik zeg het nou maar gewoon recht-voor-zijn-raap, maar dan gaat hij, dus, met zijn hele hand in je…
Daar stá je dan! Voor een volle Dam.’

(…) ‘Ach er valt mee te leven hoor, ja toch? Simbiose heet zoiets geloof ik. Afijn je moet wel. En het geeft je als pop zijnde een beetje inhoud. Perslot doe je het voor je publiek. Ik roep dus altijd maar van ‘Olé, simbie-josiejee en vooruit met de geit!’

(…) ‘Ach, welja, doe mij maar een citroentje dan.’

_

Advertenties

Een gedachte over “Katrijn – het interview”

Reacties zijn gesloten.