The Art of Rolling

Het zijn ‘de kleine dingen die het doen’, die meer doen met mij dan te doen gebruikelijk is, maar er wel degelijk toe doen. Zodoende.
Dit zo nalezend vind ik het wel even tijd voor een saffie. Uit een vers pakje. Zo‘n mooi piraatje: dun aan de ene, dik aan de andere kant. Onderuit in mijn stoel. Carpe Diem en wie doet me wat. Bak dampende koffie erbij. Mooi moment-voor-jezelf-moment.

Het rollen van een shagje is klein. Je doet het zonder erg. Tijdens het rollen typ je met je pink nog een woord of wat en voor je het weet zit je peuk al brandend tussen je lippen. En je zou de shagrokers de kost moeten geven die het met één hand kunnen. Het opsteken van een Marlboro is weliswaar nóg kleiner, maar eigenlijk gewoon kleinzielig. Té klein om over naar huis te schrijven. Maar rol eens een sjekkie. Je wil niet weten hoe groot dit kleine is. Hoeveel handelingen. Wat een coördinatie. Dus wil ik dit nu eens wél weten en ga, mét erg, een piraatje fabriceren.

Ik pak het pakje, vouw het open, trek het pakje vloeitjes eruit en: ik héb gekeken, maar niet gezien, en kan niet beschrijven, hoe dat nu teder tussen twee vingers klaarligt. Opengevouwen, niet gekreukeld, gomrandje aan de binnenkant naar mij toe. Hoe speel ik dit klaar zónder kijken? Nog maar eens. Observeren en noteren. Geleerd van Maarten ’t Hart in zijn bundel Ratten. Alleen hebben biologen vaste uitdrukkingen voor veel voorkomrnde handelingen. Rokers niet. Het worden twee A4-tjes en ik zal ze je besparen. Kwestie van tastzin, grijze cellen en een vloeifabrikant die zorgt dat het gomrandje vanzelf goed zit. Maar niet altijd. En mits de roller rechtshandig is. En ook: in mijn ‘zorgvuldig uit de fijnste kwaliteitstabakken geselecteerde mélange’ zitten boomstammen, takken, twijgen en bladnerven. Ik ben ‘bezig met natuurlijke materialen’. Natuur betekent: rommel, rotzooi en gedoe. Op de automatische piloot voel je die vanzelf in je vinger prikken maar dan is je vloeitje al naar God. Nieuwe dus. Lijmrandje lospeuteren, stronken verwijderen, shag tussen je nagels, op je vingers, in de krant, tussen je toetsen en overal verspreid over je bureau. Maar ik loop op de zaken vooruit.

Even: vloeitjes. De Vlamingen noemen ze ‘blaadjes’ (spreek uit: blâdjes) en kijken daarbij of ze het over jonge lentebloesem hebben. ‘Een pakske sjiek. Ajja, mee blâdjes, asjebleef.’ Ach, lieve taal!

Waar was ik? Hier: het pakje ligt open op mijn bureau, ik steun er licht op met mijn pinken om het open en op z’n plaats te houden. In duimen en middelvingers (ja die kun je hiervoor ook gebruiken) ligt het vloeitje en de wijsvingers verdelen de tabak. Aan het ene einde wat meer dan aan het andere: het wordt een piraatje. Uit de rechterkant hangt een sliert met daaraan een grote pluk shag die ik helemaal niet nodig heb. Uit mijn ooghoek zie ik hoe mijn pink zich er geroutineerd omheen haakt, hem afrukt en in het pakje terugschuift. Dank je, pinkie. Verder. Er valt nu ook een plukje uit de peuk in aanbouw en ik verplaats het hele zaakje zo dicht mogelijk naar het tafelblad, zonder de stand van handen en vingers te wijzigen, zonder het vloeitje te scheuren, teneinde met één ringvinger het struikje terug op het vloeitje te wippen. Het lukt. Wat zijn handen toch handig om bij de hand te hebben.

shaggie

Enfin, de oervorm is er. Nu dichtrollen. De wijsvingers nemen de plaats van de middelvingers over (de rechter wil zijn aflossing vieren door eens lekker rechtop te gaan staan maar dat onderdruk ik) en het rollen vindt nu plaats tussen duimen en wijsvingers. Deze keer heb ik ook goed opgelet dat het gomrandje aan de goede kant zit, naar mij toe en aan de bovenste helft. Mijn tong wordt er vanzelf nat van, maar sla dit maar over bij het voorlezen. Goed. Eénmaal likken en dicht die handel. Dan de uiteinden netjes afwerken: dichtknijpen, de draadjes shag die eruit steken met je nagels in een draaiende beweging afscheuren. Niet zomaar eraan trekken, dan trek je je hele shagje weer leeg. Zo, klaar.
Maar nog niet opsteken! Nog even de voorpret verlengen met opruimen. Ik klop het pakje schoon, vouw het dicht en leg het met de klep naar beneden weg want het plakbandje plakt allang niet meer. Mijn toetsenbord gaat op zijn kant en ermee trommelend op de tafel gaat de meeste shag eruit. Nu ook de tafel zelf, mijn mouwen, mijn trui, gulp en stoelzitting. Morgen misschien maar weer eens stofzuigen? Ja, morgen.
En nu? Nu eindelijk onderuit in mijn stoel. Vlam erin. Heb ik dit verdiend of niet? Ja, je hebt.

Schrijven over kleine zaken is prettig, tamelijk leerzaam ook. Schrijven over roken is dodelijk. Op het pakje stond immers duidelijk: ‘begin er niet aan’.
Enfin. Niet-rokers zijn nu waarschijnlijk allang afgehaakt en anders hebben ze fantoom-spierpijn in hun vingers. Of toch, toch maar, ééntje kan geen kwaad… Toch?

Advertenties