Webtranen – vervolg en slot

… Ja ik vond dat ik moest gaan. Want net nadat ik die grote stap genomen had mijn kop op Facebook te zetten en de wijde wereld in te trekken zag ik het programma Radar. Wat ik al ergens had opgevangen en diagonaal lezend uit de kranten had stond in het volle daglicht. Facebook klooit met je privégegevens, zoals verzekeraars doen met je pensioenpremie. Niets is immers zo vrij als de Vrije Markt. En criminelen stelen je account en criminaleren erop los uit jouw naam. Ga je weg dan blijven je gegevens nog decennia na je dood zichtbaar. Macaber. Ik dacht dus: wegwezen. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Sterker nog: het ging niet. Ik kreeg een handjevol rituele warschuwingen waarna ik op ‘Accoord’ moest drukken en op ‘Verder’. Tenslotte kwam ik bij de definitieve executieknop en mijn systeem crashte. Twee dagen later, weer terug op Facebook voor een nieuwe poging, was alles alsof er niets gebeurd was. Ik gaf het maar even op. We zien wel.
Maar toch…

Eerder al las ik ‘Echte vrienden’ van Stine Jensen*. Over de waarde van wat zij noemt ‘intiem kapitaal’ en over een vrouw die in een dolle bui aan een Wet-t-shirt-contest had meegedaan, wier foto dus meteen op het bureau van al haar collega’s stond. En ik stelde mij voor hoe, door wat losse opmerkingen van een van mijn facebookvrienden, mijn baas plots alle details van mijn liederlijk kroegleven…
Op Facebook ben je producent, produkt, adverteerder, etalage, verkoper en consument tegelijk. Van het merk ‘ik’. Niet het volwaardige A-merk natuurlijk, maar een uitgekleed huismerk. Hoe waarachtig is dat? Hoe sociaal is dat? Wanneer gaat dat fout? Wat is vrijheid? Wat is zelfcensuur? Voor Wie verberg je Wat? O, heb je wat te verbergen dus? Wie zijn de vrienden van je vrienden? En waar bemoei jij je dus eigenlijk allemaal wel niet mee?

‘Wat ben je aan het doen?’ ‘Schrijf iets…’
Ik ben niets meer aan het doen, ik heb iets gedaan. Ik heb mijn account gedeactiveerd. Er stond nog nauwelijks iets op dat demoeite waard is. Laat fb er maar fijn mee gaan leuren. Slechts twee vrienden had ik. Hun foto’s werden mij nog verwijtend onder de neus gedrukt: ‘Vriendin X zal je missen…’ ‘Vriend Y zal je missen…’ Godzijdank maar twee. En échte. Hen kan ik in de ogen kijken, een hand geven of een zoen.
En Sinéad? Ik was toch zo trots één van die 9.240? God ja, Sinéad…

Ach, kop op meid: face it.

SinadO'Connor

 

(Dit artikel is een vervolg op Webtranen van 3 januari 2012)

*) Kijk ook op Stine Jensens website.

Advertenties