Auteur

Zaterdagmiddag, na de markt. Joleen en ik zitten met de boodschappen op het smalle terrasje van onze stamkroeg op de Haarlemmerdijk. En ja hoor, daar komt hij, vaste prik.
We hoorden hem al van verre. De bezorger van Het Parool. Stevige, brede, donkere vent. Op een rode Kreidler, model buikschuiver uit de jaren ’60, dofgeworden lak en zelfs nog zo’n geel plastic plaatje op het voorspatbord. Hij doet zijn werk zittend op de tank, de uitpuilende krantentassen hangen over de buddy-seat. Met een hoek van de dubbelgevouwen kranten wipt hij de brievenbusklep op en mikt ze snel in de gleuf, zodat ze nog net blijven hangen. Na elk portiek geeft hij een snok gas, op naar het volgende.
Als hij dichterbij komt hoor je hem praten. Hardop, continu en zonder enige onderbreking en zonder pauze om te luisteren naar de reactie van een eventuele gesprekspartner want ik zie hem nooit ademhalen en krijg het plaatsvervangend benauwd. In een ons onbekende taal (ah, lekker romantisch: Roma, Sinti?). Vanuit de hoek van zijn scheefgetrokken mond, in een versleten mobieltje. Dat zit tegen de zijkant van zijn gezicht geklemd onder een breed, bruin-rubberen PTT-elastiek rond zijn hoofd. Hij kijkt niet op of om, zijn handelingen met de kranten zijn volledig automatisch.
Wij raken aan het speculeren. Tegen wie steekt hij die redevoeringen af? Misschien zijn geliefde in een ver land. En waar gaat het over? Zijn taal kent natuurlijk tienduizend varianten op ‘ik hou van jou’, genoeg voor een hele krantenwijk, elke dag weer. Onwaarschijnlijk echter, want hij kijkt nogal nors, of nou ja, geconcentreerd. We gaan het hem niet vragen natuurlijk. Dan is er niks meer aan. Nee: deze man is, wordt, een Groot Schrijver. Wij zijn getuige van de geboorte van zijn debuutroman, zijn autobiografie, de memoires van een krantenbezorger in ‘de leukste winkelstraat van Amsterdam’. Nu is hij nog arm en verdient een centje bij met de krant. Met dat elastiek om zijn hoofd, niks luxe headset. Een rafelig touw had dat eigenlijk moeten wezen.
Hoofdstuk na hoofdstuk spreekt hij zo in op zijn voicemail. Na de krantenwijk typt hij het manuscript uit. Blikkerig kraakt zijn stem uit de gsm voor hem op tafel, het elastiek ligt ernaast. De paarse striem rond zijn hoofd trekt langzaam weg.
Nog een paar hoofdstukken maar…

Advertenties