Iets van mannen

Het zijn altijd mannen. Van rond de twintig. Als ze zitten. Soms zie je er weleens een die het staand doet. Maar meestal als ze zitten. In bus, tram, metro. Vlak voor je neus. Het best zie je het ze doen zittend op een terras. Eerst dacht ik dat het met muziek te maken had. Omdat er bij de man die ik het toen zag doen snoertjes uit zijn oren kwamen. Maar ook onbedrade mannen doen het. Ik word er altijd bloednerveus van. Ik heb het zelf weleens geprobeerd natuurlijk. Maar beslist niet in het openbaar, ik kijk wel uit zeg. Maar ik kan het gewoon niet. Na een paar seconden krijg ik kramp. Eens zat er zo’n man aan een tafeltje naast mij. Het tafelje met alles erop stond zachtjes te rammelen. Aan één stuk door. Ik geneerde me dood. Het allerergste was laatst een man tegenover me aan de leestafel. Ik kon het hem niet zien doen gelukkig, maar de hele vloer trilde en ik trilde dus mee. Ik kon er niet meer tegen en ben weggelopen.
Het is best moeilijk te beschrijven. Met gespreide knieën zitten ze. Hielen naar binnen, voeten naar buiten. De meeste mannen doen het rechts. Maar je ziet er steeds meer die het links doen. Ze doen het met hun bal. Sorry, nee, ik bedoel de bal van hun voet. De bal van de voet rust op de grond, tenen en hiel vrij. Vanuit de bal wippen ze hun knie op en neer. Héél snel achter elkaar. Je kan het eigenlijk geen wippen noemen. Een trillen. Minutenlang, onafgebroken, trilt dat been. Ze wisselen af en toe hoge en lage trilbewegingen af. De hoge gaan wat langzamer. Soms wisselen ze ook van been. Intussen drinken ze hun bier of muntthee zonder morsen. Een enkele keer staren ze, al beentrillend, nietsziend in de leegte. Dan zit ik heimelijk te wachten tot het ophoudt en ze hun duim in de mond stoppen. Is het een tic? Is het een post-foetale reflex? Het is een rotgezicht.

Advertenties

3 thoughts on “Iets van mannen”

Reacties zijn gesloten.