Spitsfietsen

Het begin van de avondspits. Hier zijn wij, de fietsers, nog veruit in de meerderheid. Als een buiten zijn oevers tredende rivier trappen we ons weg van de plicht en op naar de vrijheid. En dat in beide rijrichtingen. De nog weinige automobilisten veroorzaken wilde draaikolken met hun 8 m² straatoppervlak per persoon en worden desondanks beleefd bij hun namen aangesproken: Aso, Hufter, Kutwijf.
Behalve fietsen draaien natuurlijk ook de brommers, scootmobietjes en skateboards hun partijtje mee. Gek dat in die heksenketel haast nooit echte ongelukken gebeuren. Ja, sturen in elkaar enzo, en er mist een stuk van mijn kettingkast. Nee, ik heb er oudjes met rollator zien oversteken zonder dat er iets misging. Zelfs honden. Dat komt door de flow. Elke spitsfietser, ook hij die nooit naar een wielerkoers kijkt, weet: Never nooit stoppen. Wijk uit, blijf vloeibaar. Als je stopt krijg je al je achterliggers over je heen. En zij ook. Het is de wet van de spitsfietser. Verder is het vrolijke anarchie. Misschien is er nog één andere regel, bij de overstekende voetganger: los dit even individueel en ter plekke op, ja?
Als enige tijd later de auto’s de overhand krijgen wordt het écht leuk. De fietser gaat langs, over of onder ze door, hij stopt niet. De automobilist kan geen kant meer op: niet inhalen, niet naar de kant, hij kan slechts gedwee meedobberen. Hem wordt geadviseerd portierraampjes en schuifdaken gesloten te houden en niet uit te stappen. Tot overmaat van ramp komt ook de Vuilnisophaaldienst zijn opwachting maken, met 3 vuilniswagens, een waterspuiter en de veeg-zuig-eenheid. Dan wordt fietsen acrobatiek, topsport. Ik heb er het sur place onder de knie gekregen!
Ja, je maakt wat mee. Zoals laatst die hardloper. Op één of andere manier tussen de fietsers geraakt kon hij niet beter dan maar meerennen. Hij maakte er iets leuks van. Door zijn grotere wendbaarheid had hij wat meer bewegingsvrijheid dan wij. Hij slalomde tussen ons door en als hij een mooie meid zag sprong hij bij haar achterop. Keek ze verbaasd om dan sprong hij er weer af en bedankte haar met hoofs gebaar en stralende glimlach. En óp naar de volgende. Een paar keer werd hij beloond met een hoog gilletje.

En gisteren nog, aan de rafelrand van die heksenketel, kwam ik naast deze leuke moeder te rijden. Zij zat op de bagagedrager en achterstevoren op het zadel zat haar zoontje van drie, veilig tussen haar armen en fietsende benen. Zijn armpjes om haar nek en een slaperig koppie op haar schouder. Om hem wakker te houden zong moeder een vrolijk zelfverzonnen liedje in zijn oor…
Een fluisterbootje in de maalstroom.

Moeder en zoon op fiets
Thuis snel schetsje gemaakt – moet nog uitgewerkt: lijf van jongetje is te lang en hoofdje te klein. Er moet nog iets meer fiets aan ook. En die boezem…
Advertenties