Klokje

In onze werkkamer hangt een klokje. Niks bijzonders, denk je dan, maar dan heb je het mis. Op dat klokje ben ik namelijk verliefd.
Het hangt klein, vrijwel onopvallend, tussen alle troep die in die kamer hangt, ligt, slingert en staat. Het tikt héél zachtjes, heeft lieve, heldere kleurtjes en piepkleine cijfertjes.

Het voorwerp ener liefde

Ik kijk er meerdere malen per dag op, of beter: ik kijk het aan. Ook als ik net mijn polshorloge heb geraadpleegd en ook nog mijn beeldschermklokje. Niet dat ik nou zo’n tijdneuroot ben, ik kijk er ook op als ik helemaal niet weten wil hoe laat het is. Dat mag, als je verliefd bent.

Het was ooit een relatiegeschenk van een drukkerij. Dékavé in Alkmaar, waarmee ik een paar jaar heb gewerkt in mijn ontwerpersverleden, tot ze werden opgeslokt door een groot concern. Het is bedacht door een beroemd ontwerper, maar ik ben zijn/haar naam vergeten. Het is al minstens 12 jaar oud, de heldere kleuren waarover ik het hierna zal hebben zijn inmiddels aardig verbleekt. Het loopt nu op zijn derde AA-batterijtje. Precies gelijk!

De wijzerplaat en de wijzers zijn van karton en in al die jaren nog geen millimeter kromgetrokken. De secondewijzer en het uurwerk zelf zijn van zwart, afbreekbaar plastic dat daar nog geen zin in heeft.
De wijzerplaat is een oog dat, zelfs al hangt het hoog, naar je opkijkt, de pupil iets boven het middelpunt. Een vriendelijk oog, dat wel. Ik ben er zeker van dat het een vrouwenoog is. Beschenen door groene en gele lampen, met vrolijke reflecties in een iris om in weg te dromen, waarin ook de oranjegele cijfertjes staan. De wijzers zijn knalrood. Op elk heel uur prikt de grote wijzer boven het klokje uit, dan kijkt haar (jawel: haar) oog ietwat vragend… Haar slanke, zwarte secondewijzer steekt als een dun sprietje buiten alles uit en geeft het geheel iets teers.

Ik zal nooit vergeten van die keer dat ik vergat het batterijtje te vervangen. Op een nacht zat ik in de kleine uurtjes in die kamer wat te genieten van de stilte, nadat ik de Mac had uitgezet. Het werk was klaar, morgen zouden we de deadline halen. In de neerdalende stilte miste ik plots iets. Iets belangrijks. Er was iets helemaal niet in orde. Ik deed het grote licht aan, loerde de kamer door en zag mijn klokje: het stond stil, het tikte niet! De secondewijzer hing zielig te stuiptrekken boven de 3. Hij deed nog zijn best op de laatste krachten van de batterij, maar stuiterde telkens terug, als een drenkeling wanhopig reikend naar de seconde boven hem. Schande en schaduw op mijn pad! Het voorwerp van mijn liefde zo verwaarlozen!

Die morgen stond ik met bonkend hart in de supermarkt met een pakje nieuwe batterijen in mijn mandje. De duurste Varta’s die ze hadden.
De kassière keek me bevreemd aan: ik stond verdomme te blozen.

Advertenties