Rotterdam

Het was stom toeval dat het samenviel met het uitkomen van Het Bombardement, maar opeens wandelde ik vorige week donderdag door Rotterdam, waar ik in zeker 20 jaar niet meer geweest was. Ik kende alleen het centrum, die harteloze betonnen krater met zijn valwinden. Die wond, die door slechte heelmeesters (ik háát architecten) zonder een greintje eerbied steeds dieper wordt gemaakt. Een plek waar ik niet wilde zijn. Dus ging ik ook niet naar andere plekken.
Door alle gedoe rond de film vroeg ik mij wél weer eens af: waaróm eigenlijk niet? O ja, de oude smoesjes: eeuwige rivaliteit tussen Rotterdam (‘wij hebben de Euromast!’) en Amsterdam (‘wij hebben de IJtunnel!’), Ajax-Feyenoord, kind van de jaren 50…
Lul.
Kortom, deze arrogante Mokum-chauvinist toog dus naar Rotjeknor en ging nog verrast worden. Direkte aanleiding: een antiquariaatje waar Joleen een boek had besteld. Ik had bovendien nog een ‘keuzedag’ tegoed (één dag per kwartaal gratis treinen door heel Nederland dankzij mijn NS-jaarkaart) en het winkeltje was in een deel van de stad dat ik nog niet kende: het oude, ongeschonden Rotterdam. Het was ook nog pokkeweer en dat zou de hele dag zo blijven en ik houd van wandelen door pokkesteden in pokkeweer.

Rotterdam, NoordsingelMaar niet heus: aan de noordkant van het station stak ik een vredig Proveniersplein over naar de Provenierssingel, een prikkelend strookje groen op mijn uitgeprinte googlekaartje. In ’t echt ook. Een vaart met brede oevers van gras met veel bomen. Oude bomen. Mooie, stijlvolle huizen langs de straatkant. Ik waande me in het Amsterdamse Oud-Zuid maar probeerde vanaf dat moment mijn drang tot vergelijken te negeren. Wat niet altijd lukte. Wat veel over mij zegt.
Ik kwam door oude, lekker drukke stadsbuurten als de Provenierswijk (provenier?*), Agniesebuurt, de statige Noordsingel over en mijn einddoel, het Oude Noorden, dat een tweelingbroertje leek van de (oké dan) Kinkerbuurt. Daar, in de 1e Pijnackerstraat, was het boekwinkeltje.
Boekhandel Bonst. Klein, schemerig, de geur van oud houthoudend papier. Ik stapte middenin de hobby van Rob Verschoor, een goedmoedige pensionado die het niet voor het geld hoeft te doen. Een tiental uitpuilende kubieke meters Boek, met twee paadjes erdoor: één naar een oude tweezitsbank waarvan de helft bedolven onder boeken, en één via een paar traptreedjes naar een hoekje met een tafeltje waarop een stapel boeken, een laptop en het geldlaadje.
We kletsten wat, over hobby’s (‘ik koop meer dan ik verkoop, haha!’), Rotterdam vs Amsterdam, eeuwige bouwputten en de gedeelde kwaal van niks-kunnen-weggooien en daarna vertrok ik weer, Joleens boek veilig in plastic in mijn rugzak.
Rob wees me op mijn klamme plattegrondje nog een leuke kris-kras route door de buurt via een gezellig Pijnackerplein en een smalle drukke straat, een soor Albert Cuyp (gaat-ie-weer), zonder marktstallen maar zoveel temeer winkeltjes en net zo’n prachtige mierenhoop. Tussen de dönertentjes en telecomwinkels veel gallerietjes, designhuizen, een aardalppelgroothandel en een vioolbouwer. Geen Blokker gezien. Wel een heuse jaren 60 automatiek, waar ik á raison van 1,50 De Ware Hamburger uit de muur rukte. De juiste dikte, het juiste weke brood, vers blaadje sla, gefruite uiring en de ketchup recht-voor-z’n-raap eroverheen, niks plastic zakje apart.

Onderweg terug naar het station kwam ik langs een lange schutting waarop in witte, kei-strakke schreefloze letters een gedicht stond van Jules Deelder: Rotown Magic. Er stond nogal wat struikgewas voor maar de laatste twee regels kon ik lezen:

    Rotterdam is niet te filmen
    Rotterdam is vééls te ècht

Ze hadden het kunnen weten: Deelder wist al in 2004 waarom het niks kon worden met die film.
Rotjeknor, ik kom terug. Mijn chauvinisme moet weg. Ik heb door beloftevolle zijstraten getuurd, glimpen opgevangen van pleinen waar ik lopen wil. De mensen, de sfeer, het smaakt naar meer. En het geluid. Het geluid van Rotterdam is een goed geluid.

Links en noot:
Rotown Magic helemaal.
(Site door 2 scholieren. Lees ook vooral hun commentaren en hun motivatie – leuk!)
De (Flash)website van Jules Deelder

*) Een Proveniershuis was een wooncomplex waar bewoners zich voor een eenmalig bedrag inkochten en vervolgens levenslang ‘gratis’ kost en inwoning genoten. De kost bestond meestal uit de meest noodzakelijke levensbehoeften. De bewoners van proveniershuizen heetten proveniers maar werden ook wel kostkopers genoemd. Provenier is een oud-Hollandse benaming voor ‘iemand die van preuves leeft’ waarbij preuves staat voor giften. (Bron: Wikipedia)

Advertenties

4 gedachten over “Rotterdam”

  1. Ernst! Je site ziet er mooi uit en nu heb ik ook zin om naar Rotterdam te gaan, zo mooi als je het beschrijft. Ik vind het trouwens een spannende stad, er gebeurt veel op kunstgebied, het lijkt wat rauwer allemaal.

    Like

Reacties zijn gesloten.