Spiegel

Ik sta voor de spiegel en zie een kale schedel
met donkere vlekjes schemeren door dun grijs haar
Ik sta voor de spiegel, zie haren groeien waar
ze niet horen: mijn neus, de schelpen van mijn oren

Ik sta voor de spiegel, kijk naar wallen, rimpels,
plooien langs de mond en in de hals, verdwijnend
in een veel te wijd geworden kraag
Ik sta voor de spiegel en zie valse tanden, niet altijd meer
synchroon met wat hij zeggen wou
Ik sta voor de spiegel en zie die ingevallen borst,
dat kleuterbuikje dat nog net niet bolt over zijn spijkerbroek
Ik sta voor de spiegel en zie lege ruimte waar je spieren
zou verwachten op zijn kont, zijn dijen en zijn kuiten

Zo, voor de spiegel staand, denk ik: ‘kijk die ouwe daar nou staan’
Zo, voor de spiegel staand, zie ik hem denken: ‘kom-kom, jongeman,
kijk naar je eigen’

Advertenties