Kat

Mijn kat krabt graag krullen van trappen
Maar liever nog die van de keukendeur:
Baasje, niet lullen, bakje vullen
E-tens-tijd!

Mekkerend loopt ze voor me uit
Op de ijskast ziet ze neer op mijn gedoe:
Oh, de brokjes, waarom het vlees niet?
En spéélt-ie nu dat-ie de vis niet ziet?
Het schaaltje met vers water laat haar koud

En baf! reeds bij haar eerste hap
is daar haar broer, de kater
Die loert haar naar de verste hoek:
Wegwezen, muts, probeer het later!
Jaja, geheel en al naar Kousbroek

Dan is hij klaar en likt zijn snorren
En confisqueert het echt’lijk bed
Zo wordt ook J haar plaats gewezen:
Ja, komt er nog wat van?
Eruit jij, slet!

Mijn kat zit voor een zielig bakje
Twee tweedehandsjes resten nog:
Felix Klef en Felix Sneu
Een kliekje zonder énige sjeu
Bleef over van haar prakje

Haar staart zwiept en ik zie haar ogen:
Miskende liefde, geschonden trouw
De ogen van een bedrogen vrouw
Oh mijn Poekie toch, oh schat van mij
Dan vul ik het toch even bij!

X

Advertenties