Water

Naast Willem-Alexander (die er geloof ik net mee is gestopt) houd ook ik me intensief met water bezig. Waarschijnlijk omdat ik er voor een groot deel uit besta.
Aan al dat water danken wij onder andere de Gouden Eeuw. Waar water is zijn schepen. Schepen die, beladen met schatten, met hun waterlijn ver beneden peil onder de waterspiegel het IJ binnenvoeren. En Janmaat maar hozen tegen al dat buiswater.
Water uit oceanen, zeeën, rivieren en sloten stijgt eerst op naar de lucht, daar vormt het mooie witte wattenwolkjes die boven Nederland grijs worden. Dan komt het allemaal weer naar beneden als dauw, mist, regen. In de winter: rijp, ijzel, sneeuw (natte- en poeder-) of hagel. Vang het op in een ton dan is het regenwater, niks aan de hand. Maar als het toevallig in de duinen valt wordt het duinwater, valt het echter in het Waterwingebied dan wordt het leidingwater. Zo komt het ons huis binnen. Tot de kraan, want daarna heet het kraanwater. Vang je dat op in een glas dan is het drinkwater. Met een ketel wordt het theewater (waar je aardig boven kan raken) dat vervolgens in de theepot – door toevoeging van een handig zakje, dat je na gebruik zo leuk tegen het plafond kunt mikken waarna het labeltje zo vrolijk hangt te wapperen – thee wordt. In de gieter heet het plantenwater en in de afwasbak afwaswater. Dat wordt het ook maar al te vaak in de koffiepot. De afwas spoel je af met spoelwater. Badwater heet pas badwater als men zich ermee gewassen heeft en het kind er mee weggooit. Mijn moeder behandelde tijdens het zogen de kloven in haar tepels met boorwater. Boezemwater daarentegen is een water voor de opvang van kwelwater, rivierwater dat door de dijk heen sijpelt. Vruchtwater is het water van de vrucht der schoot. Iets anders dus dan Spa-met-fruit, dat buiten het bestek van dit betoog valt. Wij dopen onze kinderen met wijwater, daarom zijn wij wij en hunnie zij. Water is doorgaans koud dus vindt het op grote schaal industriële toepassing als koelwater. Koudwater bestaat alleen overdrachtelijk en sommigen hebben daar vrees voor. Waterkoud is het ook vaak, ondanks ons typisch Hollandse waterige zonnetje. Wat dan helpt is een warmwaterkruik en een stevig glas vuurwater, afgeblust met spuitwater. De Brandweer spuit met bluswater. Hier en daar bakent men een stuk van een rivier af voor recreatie, dat heet zwemwater. Daarbuiten mag je niet komen want dan zit je op hinderlijke wijze in het vaarwater van de binnenschipper. Mijn huisarts is zo nu en dan geïnteresseerd in mijn ochtendwater. Een zeldzaam fetisjisme, dacht ik, maar hij heeft het uitgelegd: als ik ziek ben voelt hij dat aan mijn water. Dus sta ik als een lulletje rozenwater in een te klein flesje te pissen. Enfin, mijn spraakwater raakt op. Uiteindelijk wordt alles rioolwater.

Onze beroemde Strijd Tegen Het Water is een eeuwige tweestrijd: erop of eronder, pompen of verzuipen, hollen of stilstaan. Zo maak je Hollanders. Soms Stilstanders. En heel af en toe, als er niemand kijkt, Waterlanders.

Advertenties