Nat

Ik kan heel goed tegen nattigheid. Tot op de huid doorweekt zijn vind ik helemaal niet erg, soms zelfs leuk.

Nat worden, dat haat ik. Godsgruwelijk.

De eerste kille klamheid in mijn haar en kleren. De eerste druppels door mijn broek heen op knieën en bovenbenen. Natte textiel trekkend aan mijn huid. De afgrijselijke eerste straaltjes in mijn nek en sokken. Natte handen op het glibberend stuur. Mijn schouders, de holtes van m’n ellebogen en ook mijn rits lekken door. Vocht van mijn broek trekt op in mijn kruis. Bij elke pedaalslag soppen mijn schoenen…
Op dit toppunt van ultiem over-de-zeik-zijn moet je vooral niets tegen mij zeggen want ik vlieg je geheid naar de strot.
Maar ben ik uiteindelijk he-le-maal zeiknat dan volgt de ontlading.

Dan fiets ik uitdagend rechtop, jas open, kop in de wind. Ik lik de druppels van mijn neus en lach de hemel uit en niks kan me meer schelen en wie doet me wat. Mijn banden sissen over de natte straten. Ik hoor op de balkonnetjes de geraniums groeien. Ik deel in de vreugde van het gras tussen de tegels van het fietspad. Watervalletjes kletteren neer van de zonneschermen. Een auto scheurt door een plas. Dag stad! Dag lekkere natte stad!
Dan komt de zon door en droogt alles weer op.

Behalve verdomme mijn sokken en mijn onderbroek dus wil ik nu een droge handdoek en een schone pyama dus wil ik nu naar mijn moeder.

Advertenties

Een gedachte over “Nat”

Reacties zijn gesloten.