Methusalempil

We hebben al het gat in de ozonlaag. Hebben we ook niet een gaatje in ons hoofd?

Hij komt er dus. Dat staat vast, zeggen ze. ‘En komt -ie al gauw?’ vroeg Matthijs gretig. Ja hoor, hij komt al heel gauw!
De Methusalempil.

Waardoor je makkelijk 115, 120 kunt worden. Als je aan een aantal voorwaarden voldoet – waar men nu niet op ingaat om het vooral leuk te houden. ‘Moeten we dat eigenlijk wel willen?’ vroeg Sylvana nog. Maar ze werd overschreeuwd: ‘Jaaah wij willen!’ Het kán, dus waar wachten we op: gáán met die banaan.
De funpil.

Voor mij hoeft het niet.

Wil ik de eerste nucleaire cyberoorlog meemaken? Wil ik water zien branden? Nog meer droogte en honger in de krant? Wil ik de laatste gletsjer zien smelten? Bergtoppen zonder sneeuw? Een festival zonder modder? Een Canal Parade zonder canal? Wil ik een godsvermogen betalen voor een glaasje drinkwater op mijn honderdvijftiende verjaardag?

Ik dacht het niet.

Willen wij, voordat we hier nu weer meteen met z’n allen achteraanrennen, niet eerst even zorgen dat we de lopende zaken geregeld hebben? Ik denk aan iets als vrede op aarde en in de mensen een welbehagen enzo. En een hele rits van praktische zaken dichter bij huis.

Weet je wat ik wil?
Een geduldpil!

Anders worden we lichamelijk zo oud als Methusalem maar blijven geestelijk zo arm als Job.

Advertenties