Van oude boeken

stilleven02thumb

Vier oude boeken. Ik weet niet meer hoe vaak we ze herlezen hebben. Ze stonden tot voor kort gewoon in onze boekenkast tussen andere oude boeken maar eigenlijk verdienden ze een fatsoenlije oude dag. Daar is inmiddels voor gezorgd, zoals de foto hopelijk laat zien.
Ze zijn belangrijk voor mij. Al van lang voordat J haar intrede deed en zij ook háár hart veroverden. Deze oude, beduimelde, kapotgelezen boeken zijn een deel van mij. Ze ‘wonen in mij’. Ze zijn me lief.
En niet alleen om hun verhaal, dat kan ik dromen, dat roep ik op soms om in slaap te komen. Dat deed wat een goed verhaal hoort te doen: bij je blijven. Het gaf vorm aan het landschap van mijn tienerdromen. Het galoppeerde mee op kleine overwinningen. Het sleepte me door zwaarmoedig weer. En in de loop der jaren werd ook hun fysieke aanwezigheid belangrijk. Ze werden mijn knuffels. Totems. Ik moest ze in de buurt hebben.
Ze gingen vooral ook mee op reis. Op kampeerreizen door Nederland, België, grote delen van Frankrijk. In de Pyreneeën, op eeuwige sneeuw, heb ik nog zitten lezen. Ze waren erbij op voettochten door Engeland en Ierland. Londen, Parijs, Dublin, Belgrado: ze waren er, voor de zekerheid. Tot in het lieve dorpje Mavrovo in Macedonië aan toe. Ik liep door landschappen uit de verhalen. Ik zag mijn reizen als ik de verhalen weer eens las.
Ze reisden in rugzakken en koffers. Tussen vuile sokken en geplette lunchpaketten. Onder natte kleding en kampeerspullen. Ze reisden tussen snelbinders en in hotsende fietstassen, tussen rotzooi op de achterbank van auto’s, het bagagedek van veerboten en vliegtuigen.
Ik had niet altijd schone handen. Ik zat niet altijd netjes op de bank. Ze hebben in gras, op zand, op rotsen en tussen puin gelegen. In stromende regen, in dikke mist, in brandende zon. Ze bivakkeerden op slaapmatjes, op strozakken, in klamme slaapzakken op nat tentzijl. In slaaptreinen, fietsbussen, op sjieke nachtkastjes, in simpele cambres d’hôtes, in scheefgezakte gîtes, in herdershutten.
Ze waren onderzetter voor het waterketeltje, als enig horizontaal oppervlak op berghellingen. Ze zijn misbruikt om blaadjes en bloemetjes in te drogen, muggen mee dood te slaan, wiebelende tafeltjes te stabiliseren. Ze hebben met open bladzijden mijn knikkebollend hoofd in slaap gewiegd.
Als dank kregen ze barsten, vetvlekken en ezelsoren. Zijn ze meer dan eens met plakband opgelapt wanneer bij ’t openslaan hun oude, mishandelde ruggen het begaven en de talloze kreukels en vouwen scheuren werden. Heb ik ze bedrogen door het met hun Engelstalige origineel te doen, De Film te gaan zien.
Maar desondanks, in diepdonkere nachten, na mislukte liefdes of het eindig blijkend leven van een dierbare, vingen zij meer dan eens mijn tranen op.
Als dat geen liefde is…
Ik koester ze.

Advertenties