Mijn paadje

Mijn paadje wandelt af en toe
een eindje met me op, verdwijnt dan
plots onder de bladeren om even
verderop me weer te wenken:
hiero, joehoe!

Het maakt bochtjes rond de bomen,
hoedt mijn dromen op mijn matineuze
tochtjes, geeft mijn aarzelende voeten
vaste grond.

Bij een beekje houdt het stil,
stenen steken uit het water en
het gniffelt: zie je later wel weer
aan de overkant!

Ik waag de oversteek dan maar, laat
me maar verleiden door mijn paadje
want: aan de overzijde wacht het al
en droogt mijn natte voeten in ’t
warme rulle zand.

X

Advertenties