Op handen gedragen

Een vroeg ochtendzonnetje. Ik zit met een kop koffie in het open raam op de vensterbank. Beneden op straat komt een stel de straat in lopen.
Hij draagt haar in zijn armen! Behalve op stranden in lifestylebladen zie je dat niet vaak meer. De romanticus in mij slaat op hol. ‘Wat? Mijn Vrouwe, lopen? Geen sprake van. Lopen is voor minvermogenden. Gij zijt mijn Koningin en het is mijn plicht en een groot voorrecht Uw blanke Voeten verre te houden van het plat plaveisel van het plebs. Tot het einde van de regenboog!’
Maar hij zet haar neer. Heel voorzichtig, dat wel. Dan staat ze op één been met een vertrokken gezichtje om zich heen te kijken van: wat nu? Hangend aan zijn schouder hinkelt ze naast hem voort, zijn Koningin, met een akelig gezwollen enkel. Haar slippers steken uit zijn achterzak. Na een tiental meters tilt hij haar weer op en ze verdwijnen om de volgende hoek.
Zo gaan ze – ik weet het zeker – helemaal naar de Andere Zijde van de Stad, waar een Hospitaal is. Met niets anders dan Elkander. Zelfs geen ezeltje…
Wat moet het toch heerlijk zijn zó vrouw te zijn. Zonder zo’n enkel. Maar mét zo’n kerel! Slash zo’n wijf!

ophandengedragen

Advertenties