Weer thuis

Half zeven, woensdagavond. Een mooi tijdstip om van vakantie thuis te komen. Nèt voor de verveling, ruim voor het weekeinde. Tijd genoeg voordat het werk weer roept. Je neemt de vuile was en wat noodzakelijkheden mee uit de auto, ploft neer op de bank, bestelt pizza’s en veel wijn. Je zwijgt de poezen-oppas de deur uit. De film is zwoel, de muziek loom. De pizza gaat niet op, de wijn wel: nog ééntje dan? Och ja, vooruit…
Donderdagochtend wordt half slapend overgeslagen. ’s Middags zijn er de netjes op volgorde liggende kranten maar de shit van de wereld wil er nog niet in. Koffie wel. Ga je boodschappen doen? Of zullen we vanavond nog maar ’n keertje uit… O ja, nog even acclimatiseren. Maar even géén Italiaans.
Dan is het toch plotseling weer vrijdag. Het eerste moeten. De eerste irritaties. De wasserette. De auto stofzuigen. De wastunnel. Boodschappen. De eerste telefoontjes: hi, ik dacht, ik probeer maar weer eens… Dat blijkt ze al een halve week te proberen. Twee weken ertussenuit. Twee weken offline. Ze wisten het, allemaal. Ze willen er niet aan. Vanmiddag komen zijn ouders gezellig een wijntje drinken. Ze blijven eten.
Er liggen al zakken pepernoten bij de super. 2e halve prijs.

Advertenties