Wandelfilosofietje

Als ik wandel, echt wandel, dus zonder doel mijn neus achterna, probeer ik me weleens voor te stellen hoe het is om te kunnen wandelen als een kevertje. Vaak wanneer ik onderweg op een steen mijn boterham met pindakaas zit te verorberen, volg ik zo’n kevertje op zijn wandeling door ’t gras. Nou ja wandeling. Het is een hoop klauteren en klimmen voor zo’n beestje. Over takjes, onder strootjes door, dan ligt er weer een kiezelsteentje of er hangt een mier rond die hij niet mag. Toch blijft hij min of meer zijn lijn volgen. Het leukste is als hij met zijn sprietjes plots op een stevige grashalm stuit. Dan klimt hij recht omhoog, helemaal tot het topje, merkt dat hij niet verder kan en klimt langs de andere kant weer helemaal naar beneden om zijn weg in dezelfde richting te vervolgen. Leuk toch? Je wandelt door het bos, stuit op een kloeke eik en je loopt gewoon naar boven. Kan je ook even een zijtak nemen en eventueel overspringen naar de volgende boom. Bij de top aangekomen wandel je weer omlaag. 3D-wandelen! Veel leuker dan dat gedoe met die ski-stokken dat Nordic Walking heet. Nu nog 3D-ANWB-paddestoelen.

Alle kruipende insekten doen het zo. Het is hun manier om hindernissen te nemen: niet nadenken, gewoon doorgaan, onverstoorbaar. Wij mensen houden niet van hindernissen. Die ruimen we uit de weg. Daarna bedekken we ze met asfalt.
Daarvoor hebben we Staatsbosbeheer. Een hoge ome uit die kringen heeft me dat eens uitgelegd. Staatsbosbeheer heeft de opdracht om zoveel mogelijk kostbare natuur te behouden. En als ‘t effe kan nieuwe te scheppen. Maar natuur kan ook hinderlijk zijn. Recreant en forens moeten dikwijls erg omrijden om van A naar B te komen. Dan krijgt Staatsbosbeheer van overheidswege, meestal een pas-geïnstalleerde nieuwe wethouder, de opdracht om door dat natuurgebied een weg aan te leggen. Aldus, volgens Staatsbosbeheer, ontstaat een win-win-situatie: a) niemand hoeft meer om te rijden en b) nu hebben we twee natuurgebieden!

eikenwandeling

Advertenties