Influenza

In·flu·èn·za (de; v(m)) (medisch) : 1 griep

Mijn ogen tranen, mijn neus loopt, mijn keel is dik, mijn oren zitten dicht. Ik ben ten prooi aan nies- en hoestbuien die spreken onmogelijk maken. De buren hebben al een paar maal geïrriteerd tegen de muren gebonkt. De verwarming staat hoog, ik heb twee truien aan en draag een legging van J onder een dikke training. Ik heb me zo goed en zo kwaad mogelijk van haar geïsoleerd in de werkkamer, waar de lucht verzadigd is van griepvirussen. Het raam staat half open, zodat ik behalve bacillen ook af en toe een frisse teug CO2 binnen krijg. We communiceren via onze mobieltjes want ik ben doof en heb geen stem meer. Ik zweet me rot maar mijn huid prikt van het kippevel, zonder tussen-n, het echte. De koortsthermometer sloeg op hol, de zakdoekjes zijn op en ik ben nu aan mijn derde rol keukenpapier. Toetsenbord en tekst zie ik door het spleetje tussen een ijsmuts en een dikke sjaal rond mijn bonzend hoofd, een troebele waas van vocht zit voor mijn ogen. Leve de automatische spellingcontrole. Eigenlijk stond er ‘sp[welllimgconyrple’. Ik heb hippe wollen handschoenen aan zonder vingertopjes, elke aanslag duurt enige seconden, mits er niks tussen komt. Weet je wat de meest besmettelijke voorwerpen uit je omgeving zijn, behalve het doortrektouwtje van de wc? Neem maar vast een paracetamolletje: je mobiel, je muis en je toetsenbord.
Verder gaat alles goed.

Advertenties

One thought on “Influenza”

  1. Knap spoedig op. De kracht en rust toegewenst. Een aangenaam weekend. Patricia

    “Als ik in mijzelf een verlangen ontdek waar geen enkele ervaring in deze wereld voldoening aan kan geven, dan is de meest waarschijnlijke verklaring dat ik voor een andere wereld gemaakt ben.”

    Like

Reacties zijn gesloten.