Een stukje straat

De hoek van een pleintje in de Pijp. Een woest en ondoordringbaar metalen struikgewas van fietsen. Scheef, dwars, ondersteboven, op en over elkaar. Oude wrakken met lekke banden; halve zonder voorwiel of zadel; roestbakken, kromgtrokken wielen, omgebogen spatborden, gebroken of ontbrekkende kettingen; veel kapotte remkabels. Aan de buitenkant de wat nieuwere, nog gebruikte. De groen uitgeslagen straat eronder ligt bezaaid met oude dynamo’s, beldoppen, koplampen en doorgezaagde sloten. En heel veel zwerfvuil. Helemaal in het midden, onder jaren-oude lagen herfstbladeren, ontwaar ik een dode fiets. Het stuur gebroken, van de banden rest alleen de velgdraad. Te pletter gedrukt. Het onderste lijk in het massagraf. Uit het frame, tussen wat gelig gras, steekt de kern van de ijzeren woekering schuin omhoog: een kwijnend, scheefgezakt, volledig doorgeroest amsterdammertje.
Ooit stond daar één fiets keurig tegenaan. Voor éventjes maar, want dat was eigenlijk niet netjes, in dat Ooit.

Advertenties