Een stukje gracht

Het is pikkedonker en ijskoud. Motregen met natte sneeuw, snotsneeuw. Dikke druppels petsen van de bomen aan de kade. De lantarens dragen gouden halo’s, natte straatklinkers glanzen aan hun voeten.
Aan de huizenkant op het bankje voor de coffeeshop zit een vrouw, in haar uppie. Alleen het puntje van haar neus steekt onder een wollen beanie in regenboogkleuren uit. Haar handen om een grote mok hete chocolademelk tussen haar knieën. Naast haar ligt, vergeten, haar sigaret: een sliertje as aan een kwijnend peukje in een geul van geschroeide lak. Ze stak hem op, besefte dat ze alleen was, ging er eens goed voor zitten met haar warme kruik en verloor zich in gepeinzen. Nou ja, hopelijk denkt ze aan helemaal niks en geniet van haar chocola. Wil ze gewoon even alleen zijn. Want weer of geen weer, op een bankje in het donker aan de stille Brouwersgracht is het uitstekend alleen zijn. Dat kan ze straks, terug in het rumoer, ook goed uitleggen.
Een sigaret is een goede smoes om even alleen te kunnen zijn. Even alleen willen zijn smoort nieuwsgierige vragen. Even alleen willen zijn kietelt de nauwelijks verhulde belangstelling van degene van wie je die graag wilt. Die schim bijvoorbeeld, in het verlichte raam achter haar. Die zo geboeid lijkt door haar muts.

Advertenties