Schrijver / auteur

Ik schrijf Auteur even met hoofdletter, want zo wordt het meestal uitgesproken, beetje dikdoenerig. In de praktijk worden schrijver en auteur doorelkaar gebruikt. Te pas en te onpas. Toch hoor en lees ik telkens een onderliggende gevoelswaarde: een schrijver fietst naar zijn uitgever op de Bos en Lommerweg, de auteur ontbiedt zijn agent in een leuk tentje in een van de Negen Straatjes.
Maar hoe zit het eigenlijk?
Auteur komt van het Latijnse auctor.
Van Dale (nou ja, het gratis appje): ‘au·teur (de; m,v; meervoud: auteurs): schrijver, schrijfster van een boek’.
Wikipedia: ‘au-teur: schepper van een boek, bundel of artikel op het gebied van letterkunde, kunst, wetenschap of andere non-fictie’.
Beide zijn natuurlijk niet voor 100% betrouwbaar, maar ik lees hieruit wel dat klasseverschil.
Wat doet een schrijver? Een schrijver schrijft. Wie schrijft die blijft. Een schrijver schrijft verhalen, boeken en soms collumns. Schrijven is werk, een vak.
Wat doet de auteur? De auteur auteert. Auteren is een métier. ‘De autistische auteur auteert autoritair aan zijn derde herziene autobiografie.’ Maar een auteur is niet per se autist.
De nalatenschap van de schrijver heet werk; die van de auteur heet œuvre.
Auteur kent officieel geen vrouwelijke vorm. Auteursvrouw is hooguit de vrouw ván. Of verzamelaarster ván: die met dat diep decolté op het boekenbal. Ik probeer: autrice? autrix?
Het prettige van schrijver is dat je ook schrijfster hebt. Dat mag wel niet meer, maar het is wel handig, als blijk van erkenning bijvoorbeeld. Hoewel, ik heb een vriend die het woord schrijfster uitsluitend associeert met kinderboeken.
Op de vooravond van de boekenweek is er het Boekenbal, vroeger Schrijversbal. Het is van origine een nogal elitair gebeuren, maar het ‘Auteursbal’ noemen is ongewenst, waarschijnlijk vanwege de studentikoze bijbetekenis van het woord bal.
Tot slot: anders dan je zou verwachten heeft de auteur niet automatisch het auteursrecht, zowel auteur als schrijver moeten ervoor vechten.
Ach, allemaal onzin natuurlijk. Vooroordelen. Weg ermee. Ik geef ze samen, gebroederlijk en gelijkwaardig, democratisch en op alfabet, een plaatsje in mijn boekenkast. Naast het boek dat ik al heb. Ik koop er bij Ikea vast een Billy bij.

Advertenties