De halve wereld

Die tweede Paasdag, tweeduizend veertien,
Druilerige opvolger van die zo uitbundig zonnige eerste,
Kwamen deze woorden, zomaar, bij mij op

In een straat, op weg naar nergens, langs vensters
Waarachter verveelde kinderstemmen jengelden,
Dwars door hun dubbele beglazing heen

En ik dacht nog: wie dit schrijft is gek
Maar ook: de jeugd mag dan iets van een toekomst hebben,
Wij, gekken, hebben de halve wereld

Advertenties