De verkurking

Middenin de uitgestrekte Kreupelhoutse Bossen woont de Boomheks. Op een voor publiek afgesloten open plek, zelfs kaarthouders mogen er niet komen. Onder een oude struweelboom staat haar hut van van dik hout gezaagde planken met zoethouten ornamenten. Voor de winter ligt er een flink bos hout voor de deur. Vurenhout, voor in de open haard en de houtoven.
’s Zomers ligt ze ’s avonds languit op haar buik te lezen, bijgelicht door het lantarentjesmos. In haar liefdewerk-oud-papieren boek slaat ze één voor één de bladeren om. Alleen het vijgenblad laat ze gesloten, poëzie vervult haar al te zeer met diepe weemoed. Want ze mag dan zelf ook een flink bos hout voor de deur hebben, het ritselt bij haar bewegingen en ze voelt aan het toenemen van haar jaarringen dat de verkurking toeslaat. Nee, vroeger waren het soepele jonge twijgjes, waarin menig hertejong verrukt verdwaalde, haar verwennend met geenszins houterige stootjes van ’t gewei. Vroeger bruiste haar bos van leven en was ze nooit lang alleen. Ze was toen ook nog niet de enige Boomheks, o nee, ze waren met een hele kring. Iedere lente was het feest. Oude bokken en jonge blaadjes enzo.
Maar haar blanke berkenhout werd eerst vuren (haar mooiste tijd), toen donker eiken en nu, langzaam maar zeker, brandhout. Daar haalt zefs de oude reebok z’n neus voor op. En de bodem van het bos is bedekt met dorre bladeren, het bos zelf vertoont open plekken waar zelfs geen gras meer groeit. De struweelboom is uitgewoond, de eekhoorns zijn naar betere buurten waar meer eekhoorntjesbrood groeit.
Het gaat dus niet goed met het Kreupelhoutse Woud. Het gaat dus ook niet goed met de Boomheks, ondanks dat ze nog pas een jaar geleden lid is geworden van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Stichting Boom tegelijk. Want nee hoor, men had het beleid onlangs rigoureus omgegooid. Waar ze bij stond! Bomen mochten gewoon doodgaan. Scheelde een hoop geld.
Uit wraak heeft ze ze plagen gezonden van Splijtzwam, Houtmijt en Schorsvraat maar het mocht niet baten. Uitgeput viel ze in haar echt Oisterwijkse eiken schommelstoel in slaap. Haar tenen en haar toverstaf schoten wortel in de vochtige vloer. Een paartje houtduiven nestelde op de rand van haar geknakte punthoed en door de ramen en deuren woekerden de braamse struiken binnen.
Het Kreupelhoutse Bos is nu opengesteld, zelfs voor kaarthouders, maar niemand weet meer waar ze woonde. Alleen ik. Namelijk onder de struweelboom. Maar ik ben kaarthouder en mag niet buiten de paadjes.

Met dank aan Marten Toonder.
Advertenties