Hagelslag

‘Goeiëmiddagalbertheijnhamepleinmetcarolienwaarmeekanikuvandienstzijn?’ Een mooie, lieve meisjesstem. Plaatsvervangend hap ik naar adem. Drieëntwintig lettergrepen, plus nog twee ingeslikte!
‘Jahetgaatom…’ begin ik (heb een tic om de spreektrant van de ander over te nemen) … ‘de hagelslag’.
‘De hágelslag???’ Opperste verbazing. Alsof ik vanuit een gesloten inrichting bel.
‘Ja, de hagelslag. De Albert Heijn Huismerk hagelslag. Puur. Die in de bonus is. Toch?’ Geen misverstand nu.
‘Jee, de hagelslag. Mag ik uw albertheijnnummer?’
Albertheijnnummer? Heb ik een albertheijnnummer? Bestaat er een albertheijnnummer?
‘O, meneer, sorry hoor, ik word hier even gecorrigeerd want dat mag ik niet vragen… (gedempt gefluister) … o, haha meneer, sorry weer, het bestaat helemaal niet haha, komt door mijn andere baan!’ O dat lachje, o die stem. O, wat had ik haar graag mijn albertheijnnummer willen geven, al moest ik er eerst tien formulieren voor invullen en zonder hagelslag komen te zitten!
‘Meneer? Ja Carolien weer. Uw hagelslag: wat is er mis mee?’
‘Helemaal niets, Carolien, ik wou alleen weten of jullie nog hebben staan.’
‘Hagelslag? Ik zou het niet weten, meneer, zal ik even voor u kijken?’
‘Als dat zou k…’ Ze smijt de hoorn op de balie en ik hoor kittige hakken zich verwijderen en weer terugkomen.
‘Meneer bedankt voor ‘t wachten. Er zijn er nog maar een paar dus u moet gauw komen want ik mag ze niet voor u apart zetten dat doen we niet bij Albert Heijn en anders moet u naar de Dijk.’ Maar daar hadden ze ze al niet meer. ‘Heel erg bedankt, Carolien, ik kom eraan!’
Ik grijp mijn jas, gris de bonuskaart van de plank. ‘Groeten aan je nieuwe vlam’, grijnst J nog, en ik ben weg. Albert Heijn hagelslag. Sinds kort ben ik eraan verslaafd. En hij is in de bonus. En het is de laatste dag.
Bij de Albert Heijn is het druk. Even flitst door mijn hoofd dat ik hier breeduit, wijdbeens, handen op de rug, mij voor de ingang zou moeten posteren om ieder die binnen wil te gelasten zijn albertheijnnummer te tonen, want ánders… Maar dan vis ik helemáál achter de hagelslag.
Er staat nog één lullig pakje puur. Iedereen wil puur tegenwoordig. Het schap met melk en mix is nog vol. Maar beter één lullig pakje dan héél lullig geen pakje..
Er staat een lange rij voor de enige kassa die open is. Net als ik eindelijk aan de beurt ben wordt de mooie kassière afgelost. In plaats daarvan installeert er zich, met enige moeite, een enorm vrouwmens. Ik zet mijn hagelslag op de band en pak vast mijn portemonnee. Uit de kassa klinkt gekreun gevolgd door een opgeluchte zucht. Het zit. ‘Ogenblikje, meneer, even inmelden hè.’ Een bekende mooie, lieve meisjesstem!
Geschrokken kijk ik haar aan. Er zit een kromme draadnagel dwars door een wenkbrauw geramd en één door haar enorme neus, en ze heeft een tattoo van prikkeldraad rond haar nek. Boven haar vliegdek-moederschip-boezem knikt ze me vriendelijk toe. ‘Demeneervandehagelslag? Dát is vlug! Hebt u een bonuskaart?’ Op haar linker voorplecht prijkt het AH-speldje met haar naam: Carolien. Toch een mooie, lieve naam.
Enfin, morgenochtend, kneukel kneukel, een flinke berg hagelslag. Met, voor de vorm, een beschuitje eronder.

Advertenties

2 gedachten over “Hagelslag”

Reacties zijn gesloten.