Hemeltje, de HEMA!

Het gaat niet goed met HEMA. En nu denken ze dat wij moeten vinden (marketing heet dat) dat de HEMA een experience, een adventure zou moeten zijn. God helpe ons de brug over. En waar hebben we dat meer gehoord. Morgen moeten we zelf op onze pannelappen gaan jagen. En achter de leesbrillen ontkomen we ook nauwelijks aan een vervaarlijk druipende halve warme worst. Oh man, ik kan niet wachten!
Het gaat niet goed met HEMA, het gaat niet goed met V&D, het gaat niet goed met Albert Heijn. Waarom niet? Het gaat niet goed met de consument. De straten liggen vol met teleurgesteld weggeworpen dode mussen, maar ‘een nieuw koperspubliek’ moet zich nu druk gaan maken over de style en het gewaagde coloriet van vaatdoek, closetrolhouder en afdruiprek.
HEMA gaat ‘gewoon’ ‘bijzonder’ maken. Zonde van het werk. Gewoon ís in deze tijd al heel bijzonder. ‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder’ verzekert een verzekeraar ons.
Experience en adventure. Het zijn dode mussen waar een nieuw koperspubliek niet eens meer van opkijkt. Woorden uit de hoge hoed van de marketing-consultant. Ze zijn al te vaak gebruikt. Ze werden het jargon van de wanhoop, het refrein van de zwanenzang.
Waar haal je in deze tijd zo gauw een ‘nieuw’ koperspubliek vandaan? Met geborduurde dweilen? Het is de verkeerde volgorde, dezelfde fout die iedereen maakt: eerst een hip imago, dan een mooie etalage, en dan maar wachten op je gedroomde ‘nieuwe’ publiek.
Maak de swing: zet eerst het hema-personeel, dat straks onder hete krokodillentranen wordt ontslagen, eens haarscherp in de arbeidsmarkt. Dan heb je straks alvast je ‘nieuwe’ koperspubliek en ga dán eens vragen wat ze hebben willen. WW’ers kopen niks. Daar hebben ze geen tijd voor. Die participeren er maar een beetje op los.

Advertenties