Gedachte op zondagmorgen

Ik zag een advertentie voor een serie colleges (opgehipte lezingen) over belangrijke personen en muziek. Mét concerten en vroegboekkorting. De kop: ‘Leven in de tijd van de oude muziek’ dwars over de omvangrijke pens van ene Friedrich Wilhelm I. Wat is tijd? Wat is oud? Wat is De Oude Muziek? Ja, de hoofdletters zijn van mij. Mensen die het daarover hebben spreken De Oude Muziek uit met hoofdletters. Respect. Eerbied. Dat kun je horen en zien: het kost ze moeite een belerend vingertje in te houden. Maar, nogmaals, wat is de oude muziek? Oude muziek is niet: verjaarde muziek. Integendeel, ze wordt in de concertzalen dagelijks opnieuw uitgevoerd/-gevonden. De Oude Muziek is de betere muziek. Dat zeggen de hoofdletters. En dat De? Is er maar één oude muziek? Is er dan ook een nieuwe muziek? Jawel. Alleen heeft die nog geen hoofdletters. Die is dus (nog) niet goed. Niet toegankelijk genoeg. Toegankelijk, het sleutelwoord in de tijd van massa-consumptie. Nieuwe muziek moet dus eerst oud worden om goed te zijn. Maar wat is dat: oud? En vooral: wanneer is muziek oud? En heet die nieuwe muziek later ook Oude Muziek, of oude nieuwe muziek? In elk geval zal nieuwe muziek nooit hoofdletters krijgen, hoofdletters zijn niet meer van de muziek. Hoofdletters zijn nu van Design. Dutch Design. Wat is Dutch Design? Een roze siliconen reeënschedel met gewei uit de 3D-printer op een zijnsgeoriënteerd plakje boom aan de muur tegenover het kookeiland. Dutch, Dutcher, Dutchest.
Superdoei! Ernst.

Advertenties