De vader

In 1967, jongen
toen je je moest melden
op de verplichte keuring
voor je dienstplicht
had je geluk

Je was een babyboomer
– het woord bestond nog niet
er waren er teveel van jou
en te weinig geweren

Ja, je had geluk
jij kon gaan studeren
schilderen, beeldhouwen
naakte wijven tekenen

Later kwam je thuis
met eigenwijze praatjes
rare kleren en rotmuziek
en ik deugde van geen kant
toen dacht ik weleens
bij m’n eigen

Had die oetlul maar
in dienst gezeten

Maar alles kwam goed
je vond eeuwige liefde
deed redelijk nuttig werk
bleef op de rails
gevalletje win-win
– het woord bestond nog niet
iedereen tevreden

En nu geniet je AOW
hebt een bejaardenpas
en je praat tegen geraniums
als ik jou was zou ik maar
eens rustig aan doen
tijd zat, toch

Ik weet het, jongen:
je lijkt mij wel

Advertenties