Mijn stad is een vrouw

Je kunt een stad omarmen. Een stad kan jou omarmen. Ben je nieuw dan houdt de stad zich even op de vlakte, kijkt hoe je uit je ogen kijkt en waarheen je blikken dwalen. En of je ‘tegen de goeie muur pist’*, als het ware. En jij pist tegen de goeie muur als het een goeie stad is. Zo val je elkaar in de armen. Dat is wat de stad betreft voor eeuwig, hou daar rekening mee.

Het woord ‘stad’ is zowel mannelijk als vrouwelijk. Maar het begrip ‘moederstad’ bestaat niet, het is ‘vaderstad’. Toch is Amsterdam, mijn stad, voor mij een Zij. Behalve als de ME met schild en wapenstok iets van me wil. Dan is hij een klootzak, en is zij geen kutwijf.
Hier en daar is ’stad’ onzijdig. Antwerpenaren noemen hun stad ’t Stad. Groningers doen het mooi: de hoofdstad van hun provincie heet gewoon Stad. Geen gezeur.

‘Voor een Amsterdammer is zijn stad zowel zijn moeder als zijn geliefde,’ hoorde ik de gids van een groep stadswandelaars laatst roepen. Leuk dat ik niet de enige ben, dacht ik. En ook: als hij gelijk heeft loopt een groot deel van de mannelijke bevolking hier rond met een oedipuscomplex. Allemaal verwikkeld in een strijd op leven en dood met hun aartsrivaal: hun pa. Gezelluuuug!
De vergelijking kwam me bekend voor. Maar daarin was de Amsterdammer een zeeman en zijn stad Dublin en was er behalve de geliefde ook een hoer. En ook was het ‘of of’ inplaats van ‘en en’. Joyce? Beckett? Zoeken we op.

Goed. Amsterdam als moeder? Ja. Een onderbewust, altijd aanwezig besef van warmte en veiligheid. Rugdekking. Je kunt ’s nachts als een klein jongetje in haar schoot wegkruipen voor de enge gezichten op ’t behang. Als je voor ’t eerst naar je nieuwe school fietst, is ze bij je. Als je voor ’t eerst met je eerste meisje loopt is ze er jammer genoeg ook bij. Zo zijn moeders. Maar als je na lange afwezigheid en met hangend pootjes terugkomt stelt ze geen vragen. Ze drukt je stevig aan haar boezem en aait over je bol.
Amsterdam als geliefde? Jazeker. Door Amsterdam lopen of fietsen is één doorlopende flirt. Ze verleidt je met lekkere geurtjes, mooie gebouwen, stiekeme doorkijkjes, gezellige straatjes en pleinen, en ze brengt mij in een stemming waarin ik zelfs haar kille betonnen plekjes liefheb. Ik word domweg jaloers als niet-Amsterdammers op huurfietsen haar mooiste plekjes bezetten en een selfie met haar maken. Ik ben smoorverliefd als ik, ’s morgens vroeg op een wandeling, haar stil en nog slaperig zonder make-up zie – geen grommend verkeer, geen mensen, geen jankende kinderen, geen blaffende honden, de podia verlaten, de winkels nog gesloten, de schoolborden met ‘Coffee to Go!’ nog binnen. En o die keer, toen we in het vliegtuig laag overvlogen, toen ze daar beneden lag te zonnen in de polder, met haar zon-gebrande rode daken en koel glanzende Amstel, toen was het wel even heel dik aan, ja. Maar: ze speelt met je. En je moet haar met de hele wereld delen.
En hoer? Zeg! is dit een verplicht vakje of zo? Je beledigt mijn moeder, weet je dat? Nou, vooruit dan. Lees bij de dichters hoe ze tippelt en lonkt in hun geile koppen. Zie haar tarieven bij de VVV. Ze is een dure, Amsterdam. ‘Laat Amsterdam je verwennen’, las ik op een rondvaartboot. Jaja. Ach, ze is er ergens wel het type voor. Dat doorschijnende grachtengordeltje, al die vreemdelingen die ze bij schuiten vol onder haar bruggetjes laat kijken. Nou ja, grapjes, wat weet ik er ook van? Neem nou dit: ze is gebouwd op palen, dat weten we allemaal. Maar om daar nu, voor veel geld, vrolijk met de metro tussendoor te gaan rijden, dat gaat me echt te ver. Ik sluit maar af met het cliché van de ‘goede’ hoer: Wie niet betalen kan mag gratis. Dronkaards, daklozen, gesjeesden, weglopers, de-weg-kwijtgeraakten en mafkezen zijn altijd welkom op het randje van haar zachte bed. Ja, een dijk van een wijf, een goeie, ouwe, hoer. XXX.

~~~~~~~
*‘Tegen de goeie muur pissen’ (van het goede slag zijn, deugen), een uitdrukking uit mijn jeugd in de Spaarndammerbuurt. Niemand kan die goede muur echt aanwijzen, maar je weet intuïtief wanneer iemand niet tegen de goede muur pist.

Advertenties