Peniskoker

‘Mam! De Papoea’s op Nieuw-Guinea hebben een peniskoker!’
Zo kwam ik als jochie van 7 eens binnendenderen. Had ik op school geleerd. Met een film erbij van de stichting Nederlandsche Onderwijs Film. Ik had over de implicaties van dat verschijnsel eens nagedacht en had een aantal praktische vragen, die de juf licht blozend had ontweken. Mijn moeder beantwoordde ze. Zonder blozen, ze was een vrijzinnige vrouw.
Het schoot me weer te binnen bij het oplossen van een cryptogram: ‘In zo’n rol verhult hij zijn mannelijkheid’. ’Bij cryptogrammen moet je om een hoekje denken’ zij mijn goede vriend L altijd. Nou, dat deed ik. Om een hoekje, er omheen en achterstevoren. Dus kwam ik uit bij het woord peniskoker.
En zoals gewoonlijk bleef ik doordenken over dat woord. Handig eigenlijk, zo’n ding. Wordt ‘ie niet vies en heb je hem altijd bij de hand. Zoiets als mijn leesbril. Zonder brillenkoker ga ik de deur niet uit.
Achter mijn rug hoor ik het tingeltje van onze eierkoker. Zozo: en wat doet zo’n Papoea ermee als hij gaar is? Op dit punt aangekomen kan ik beter stoppen, anders zit ik straks een tamelijk onbetamelijk kookboek te schrijven.

Advertenties

Een gedachte over “Peniskoker”

Reacties zijn gesloten.