Schoffelen

Vroem, vroem-vroem, vroemvroem-vroeeem! Zo klinkt het. Maar dan harder. Als een doorgedraaide pizza-koerier op een aftands en veel te ver opgevoerd brommertje. Daar zit dan tenminste nog iets van een knalpot op. Zo niet op dít ding.
Ze doen het soms ook met een gewone schoffel. Dat is best een gezellig geluid. Maar dat zijn taakstraffers. Deze medewerker, van wat ik voor ’t gemak de Plantsoenendienst noem, doet het heel eigentijds. Met een dieselmotor. Die draagt hij aan een band om zijn schouder. En daar zit geen knalpot op. Daarom draagt hij een helm met enorme geluidsdempers over zijn oren. Hij is vergeten om ons, buurtbewoners, er ook één te overhandigen. Of hij wilde ons niet wakker maken, dat kan ook, het is immers pas kwart over zeven in de ochtend.
Aan die motor zit een gashendel, net als bij een brommer. Die is er om mee te spelen. Uit die motor steekt een lange stang, waardoorheen een ijzeren as loopt. Wat doen die motor, van naar ik schat 100 pk, en die as? Ze slingeren een heel dun nylon draadje in het rond. Dat dunne draadje snijdt elk grassprietje, elk klein, nog zo laat bloeiend madeliefje, alles wat groeit en bloeit en boven de straatstenen uitsteekt, af. Elk sprietje met plankgas. Schoffelen dus. Want Amsterdam moet groener. Een mug verdrijven met een kanon. Het is ook niet veel meer dan verdrijven. Als ik even later om die helse machine heen de straat uit loop, zie ik het eerste felgroene puntje alweer verschijnen: zijn grote broer is gesneuveld – leve hij. De natuur is er dit jaar weer snel bij.

Advertenties