Ontmoeting

Wie goed doet, goed ontmoet.
Hij groette mij, lichtte zijn hoed:
‘Is met u heden alles goed?’
Ik knikte ‘Ja. En met uw voet?’

‘Oh, goed, bijna weer beter,
En met de rest gaat ’t opperbest,
Want de verzekering vergoedt!’

‘Wel, dat geeft de burger moed.
Adieu en groet
Van mij uw dochter-zoet.’

Advertenties