Varen in de spiegel

Dit gaat niet over een boot. Het gaat over mijn varen. Nee ik váár niet – jemig.
In onze werkkamer waar ik al mijn litterrairrre juweeltjes wrocht staat een varen (aha?). Al jaren.
Een mooie, mysterieuze, primitieve, bijna prehistorische plant. Hij is geen hij en geen zij, voorzover ik weet, hij bloeit niet, hij pleegt zich voort te planten per spoor. Met sporen – jemig. Zoals paddestoelen, je weet wel.
Ik hou van varens. Een ware varensgezel – jemig – ben ik. Omdat ze bij de bossen horen. Omdat kabouters er graag onder wandelen. Omdat ze het verdommen om zich te laten uitroeien.
Ik zei ‘mijn’ varen, maar eigenlijk ben ik van hem. Hij heeft mij opgevoed. Volgens een systeem: je lekker laten aanmodderen. Waar wil je staan: in de zon? in de schaduw? net ertussenin? hoog, laag, medium? Hoe vaak wil je water en hoeveel? Antwoord: bekijk het. Katten doen het ook zo. Hij heeft me er zeker een jaar mee zoetgehouden. Ik heb geen groene vingers.
Het begon al toen ik hem kocht. Op de markt stond hij in zo’n rottig veel te klein plastic potje, dus op de terugweg heb ik een terracotta pot met schaal gekocht en een zak aarde. Thuisgekomen stopte ik hem lekker in, met zijn roots in zijn nieuwe biotoop en als welkomstborrel gaf ik hem een royale scheut vers Amsterdams leidingwater. Twee uur later hing hij over de rand van de pot te creperen. De schaal was overgelopen, de aarde was ingeklonken tot een plak modder onderin de pot, zijn wortels lagen bloot. Ik haalde een emmer en een dweil en ging aan de slag. Les 1: niet teveel water. En ook niet te weinig (± les 22) dus. En (les 33:) op vaste tijden alstublieft. Net een kat. Ik had net zo goed een kattenstaart kunnen kopen, haha. Nee, dat is een plant – jeeez’.
Nu de spiegel. Niet de zeespiegel – jeeez’ – maar onze passpiegel. Die heb ik uit zijn klemmen in de hal gehaald en in de werkkamer op mijn ezel – omg – geplant. Zodat ik bij het tekenen af en toe mijn eigen model kan zijn. Ik wou eens iemand tekenen die een gewonde in zijn armen droeg. J. is altijd bereid om te helpen. Daar ik niet sterk genoeg ben om haar in mijn armen te dragen zat ik op een kruk en zij op mijn schoot in een dramatische houding, zodat een en ander véél langer duurde dan de bedoeling was. Wat misschien ook de bedoeling was. Doch dit terzijde.
Toevallig zit ik, vanwege de lichtval, altijd met mijn rug naar de varen (vandaar misschien dat mijn opvoeding zo traag is verlopen). Sinds die spiegel er staat kan ik hem daarin wel zien en dat is best gezellig, vinden ik en mijn varen.
En sindsdien hoor ik af en toe steels geritsel van bladeren achter mijn rug. Niet op letten, denk ik dan, het zal de tocht zijn (de tocht, door de kieren van het raam, niet de Tocht Der Tochten – pfff). Maar op een keer zat ik op mijn toetsenbord kauwend  – ik ga toch maar weer met een pen schrijven – en volgens mij heb ik dit ergens gejat :) – te peinzen op een woord, toen mijn blik op de varen in de spiegel viel. Ik kon mijn ogen niet geloven, ik had nog nooit zo’n mooie varen gezien! De blaren – bladeren – glansden donkergroen en hingen in sierlijke curves, esthetisch geschikt, de bruine punten zorgvuldig weggemoffeld. Een koninklijke varen, op het kitscherige af! Met een ruk draaide ik me om en zag dat wat je zou moeten zien als varens konden blozen. Toen werden de bladeren langzaam weer dof, de knikken sprongen er weer in, bruine punten staken dor omhoog.
Schuldig ben ik zijn bladeren gaan poetsen, knipte de dorre punten en dode stelen weg, deed wat pokon door zijn water en zette de spiegel zó dat hij wat beter zicht had – de laatste les, het eindexamen varen-onderhoud. Daarna ben ik demonstratief met mijn rug naar hem toe gaan zitten. Ik hoorde weer geritsel, ik keek niet om, ik gluurde naar de spiegel. Ik heb de mooiste varen van de wereld. En in de hal hangt een nieuwe passpiegel, want die maakt het kleine halletje wat groter, voor ’t gezicht – ruimtelijke beleving – jeez’!

Advertenties

3 gedachten over “Varen in de spiegel”

  1. Wat een heerlijk verhaal, Ernst. En sorry sorry sorry dat ik je zo vaak niet begreep. Maar Nederlands is dan ook geen al te makkelijke taal. :-)

    Like

Reacties zijn gesloten.