Fienie

Lijsterbes01_F

Kan een jongetje van vier verliefd zijn? Ja. Was dat wederzijds? Ja. Kan een jongetje van vier vaste verkering hebben? Ja. Met wie? Met Fienie. Wie of wat is Fienie?
Een meisje van vier met sproeten. Donshaartjes in haar nek. De mooiste ogen. Met hele lange wimpers. Ze ruikt naar gras en bloemen. Ze maakt me blij.
Hoe gaat dat? Een mix van liefde en een soort bloedbroederschap. Hand-in-hand lopen. Altijd samen willen zijn. Wandelen, schommelen, fietsen, kletsen, ruziemaken. Geheime plekken ontdekken en die geheim houden. Bomen namen geven. In iedere lijsterbes zie ik haar nu nog.
Samen ontsnappen uit de drukte van de andere kinderen om ons heen. Praten over de grote wereld. Over of we later gingen trouwen. En hoeveel kindjes enzo. Echt waar. Dat lag immers in het verlengde van het elkaar lief vinden. Onze ouders genoten stiekem en wisselden veelbetekenende blikken.
Zoentjes. Ze kon me zomaar uit de zandbak meetrekken en me achter een boom een dikke pakkerd geven, om vervolgens giechelend weg te rennen. Stond ik daar met een rooie kop te proberen nooit meer wakker te worden. Kinderen zoenen elkaar wel vaker spontaan maar zó een, met een aanloop, stiekem achter een boom, gaf mij een overweldigend gevoel van exclusiviteit.
En als ik haar bloot zag. Wat vaak gebeurde. Kinderen van vier speelden in hun blootje in de julizon. Spetteren en klieren rond een teil koud water op het gras. Onze lome moeders eromheen met geen zin in extra wasgoed. Fienie in haar blootje was een feest. Omdat ze zo levendig was. Dartel. Schoonheid. Vrouwelijkheid. Hoe mooi de wereld kan zijn. Dat werk. Zeven waren we.
En later? Bob en Daphne? Nee. De puberjaren kwamen ja, de broeierigheid. Die richtte zich merkwaardig genoeg niet zozeer op elkaar als naar ‘buiten’. Wij samen waren al compleet. Fienie flirtte graag met de andere jongens en ik met de andere meisjes. We gaven elkaar tips en lachten elkaar uit als iets mislukte. Natuurlijk hebben we getongzoend en gefriemeld, in onze boomhut aan de rand van de hei. Oefeningen waren het, ze eindigden met de slappe lach. Ze bevredigden onze nieuwsgierigheid. Bestendigden onze intimiteit. Zo won uiteindelijk de broederschap. Nooit hebben we elkaar geclaimd, nergens staat een hart met onze initialen in een boom gekerfd.
Hoe is het afgelopen? Het is nooit afgelopen. We hebben nooit afscheid genomen. Van zoiets neem je geen afscheid. Je verliest elkaar uit het oog. De loop der dingen. Andere scholen. Eigen levens. Nieuwe vrienden. Zo hoort dat te zijn. Ze trouwde met haar Dieter. Ik kreeg mijn handen vol aan een zekere medestudente.
Nee, dat is niet erg. En nee, dat is niet jammer. Er is niets verloren. Warmte en dankbaarheid zijn er. Voor een intens gelukkig deel van mijn jeugd. Het jongetje van vijf is nu een jongetje van vijfenzestig en Fienie woont in hem.

 

Dit is waar gebeurd, hoewel enigszins door de loop der jaren geromantiseerd. Het speelde zich af tussen, pakweg, 1953 en 1963, uitsluitend in de lange zomervakanties. We kampeerden met onze ouders en andere gezinnen in ouderwetse linnen tenten in de bossen van de Veluwe. Hoe Fienie werkelijk heette gaat jullie geen barst aan :)

Advertenties

5 thoughts on “Fienie”

  1. ‘Het is nooit afgelopen’ en ‘van zoiets neem je geen afscheid’ schrijf je. Elke zin staat hier om ter mooist. ‘Er is niets verloren’. Kan het nog mooier. Ik denk het niet.

    Liked by 2 people

Reacties zijn gesloten.