Afrekening

Tijdens het voordragen
van mijn werk beloof ik mijzelf
de emotie de overhand te gunnen,
ik ben het weer eens zat, die
vermaledijde poëzie!
‘k Laat rijm en ritme voor wat het is
en smijt letters en syllaben dwars
de zaal door: hierzo, nog een
komma en daarzo, nog een apostrof,
kapotte zinnen, inclusief de
doorhalingen, krijgen ze naar hun
harses, in de keet verdwijnen spaties
en witregels in het niets, een spervuur
van radeloze uitroeptekens treft
ra-ta-ta-ta-ta mijn vebaasde fans
recht in het versteende hart.
Boven in het schellinkje
beginnen ze terug te gooien ze
buigen de uitroepen over hun knieën
om tot vraagtekens en slingeren ze
me naar het hoofd – eindelijk interactie!
En ik zwijg…
Oorverdovend.
Ik bedank de aanwezigen voor hun
aandacht, wijs ze de deur; buiten
aan het loketje in de gang krijgen ze
van een beteuterde directeur hun
geld terug; de portier pleurt me
bij kop en kont de straat op.
Moe maar opgelucht betreed ik
mijn eenzame mansarde, doe de deur
achter me op slot en pak het touw
met de lus, dat heb ik immers niet
meer nodig, het belandt beneden
op ’t trottoir tussen het zwerfvuil
en de hondenpoep.
Ik ben klaar voor een nieuw leven,
ha! als boekhouder:
geen hanepoten meer op dunne lijntjes
maar ruitjespapier en zakjapanner,
en alles met potlood,
als ze brommen pas ik de cijfers aan,
net zo lang tot ik blije gezichten
in drommen om me heen heb staan:
Oh, kijk eens, het gaat goed met ons,
zijn tabellen zijn als poëzie!

Advertenties

4 gedachten over “Afrekening”

Reacties zijn gesloten.