Tante Miep

Ik rol een shagje op een bank tegenover het terras van een berucht café in onze buurt. Dat terras is zojuist doorkruist door een jolige groep Italianen op ‘Rent-a-bike’ fietsen en de ober is bezig stoelen weer overeind te zetten. Aan een tafeltje zitten twee dames op leeftijd, categorie ‘De Rietvink’ (hét bejaardenhuis van de Jordaan) aan de koffie en een van hen wiegt een hysterisch krijsend en spartelend kindje van amper een jaar op haar schoot. De ander probeert verbeten zwijgend er niet bij te horen. De dame met het kind ziet me kijken en verontschuldigt zich met droevige pretogen (ja dat kan, veel oude mensen hebben zulke ogen) voor de herrie: ‘Ja erreg hè meneer. Ja, kindje fan me, joejoejoe, mammie komt zo trug hoor! Hee, lach is tege tante. Nee? Nou, gelijk heb je, meisie. Dat komt der mama moest plasse en ik zeg meid geef dat wurrempie maar effe hier en ga, links de here en rechts de dames. Zit dat kind in ene dus op schoot bij een eng oud wijf, die met der harde eeltige pote der wangetjes aait en der traantjes wegpoetst. Nou, ik ken u wel vertelle: dan had ik as kind zijnde óók me bek opegetrokke, haha! Aggot moppie, mamma is effe piese, mamma effe op het potje, mammie grote meid, he? Hee, meneer, ken u der effe overneme misschien? Ken ik effe plasse haha.’ Ik bedank beleefd. Ik ben gek op kinderen maar hun verdriet kan ik niet dragen. Ik heb ook een moeder gehad. En tantes met harde stemmen en eeltige handen van wie ik later erg veel ben gaan houden. ‘Och kijk-is, schatzie, daar is mammie weer, dáár, kijk! Dag mammie!’ Ik herken mammie. Mammie is de hoog-gehakte, hooghartige eigenares van een met nietpistolen en witte saus opgelapte voormalige sociale huurwoning in onze straat. Een pappie heb ik nog niet mogen waarnemen. Dus misschien is die hooghartigheid wel gewoon angst. Mammie neemt het kind over en vrede en gemoedsrust dalen neder over het plein. Het arme schaap hangt uitgeput van emotie hikkend met het hoofdje op mama’s schouder. ‘Lieve mevrouwen’, zegt mammie, ‘dank u wel, ik heb even afgerekend en de ober komt u zodadelijk twee citroentjes met suiker brengen. Van mij. Dag’ en weg is ze. Een zojuist in mijn gedachten nieuw verworven ‘tante’ reageert perplex en krijgt een naam:
‘… … … Citroentje met suiker! Op welke berg heb die de laatste jaren gekampeerd?’
Haar buurvrouw verbijt haar verbetenheid en hoort er plots weer helemaal bij: ’Kallem an, Miep. Bertus werkt, het wordt je gewone witte wijntje met ijs.’
‘Witte wijn met ijs? Maar het is pas twee uur!’
‘Vandaag is het ál twee uur, Miep.’

Advertenties

Een gedachte over “Tante Miep”

Reacties zijn gesloten.