Mussosaurus

Je hebt als kind soms van die gedachteconstructies, waar meestal niet veel van klopt, maar die zich je hele leven onweerstaanbaar aan je blijven opdringen. Bij mij is dat iets met dino’s en vogels.
Dat komt zo: In 1958, ik was 9, kreeg ik van Sinterklaas een boek met de titel Plutonië. Een groep Russische geleerden trekt naar het Noordpoolgebied om een nog onbekend gebied te exploreren. Biologen, geologen, archeologen, zoölogen. Ze worden overvallen door een dichte mist en verdwalen. Als de mist weer optrekt blijken ze in een vreemd tropisch land te zijn met steeds primitievere planten en dieren. Uiteindelijk constateren ze dat ze in een immens grote grot beland moeten zijn, een soort midden-Aarde – het blijft warm en dampig, ze krijgen nooit de hemel te zien – en doordat ze dichter bij de aardkern zijn is de evolutie hier gestopt ten tijde van het Jura. Ze dopen het Plutonië. Eigenlijk heb ik spijt dat ik Jurassic Park niet heb gezien, maar dat was juist om de herinnering aan Plutonië niet te laten ‘overschrijven’. Ik ga het weer eens herlezen.
Kortom, ik was meteen gebiologeerd door dinosaurussen en schoof mijn obsessie voor Toetanchamon, piramides, sarcofagen en mummies opzij en plunderde de bibliotheek voor alles over dino’s. Tyrannosaurus Rex was vanzelfsprekend mijn favoriet. Ik hield wel van helden en overheersers toen.
Enfin, mijn dino’s namen zulke proporties aan dat mijn juf me maar eens aanspoorde om er een spreekbeurt over te houden, zodat ik in één keer alles kwijt zou kunnen en in ’t vervolg misschien weer bij de les kon blijven. Ik maakte tijdens handarbeid een mooie tekening en boetseerde een tyrannosaurus ter illustratie en kreeg voor mijn spreekbeurt een acht. Met de geboetseerde dino won ik de eerste prijs voor handarbeid in dat schooljaar.
Behalve tekenen en kleien deed ik ook nader onderzoek. Een bezoek aan het Zoölogisch Museum in Artis was een openbaring. Niet in de laatste plaats om hoe ik daar binnenkwam. Artis was toen al onbetaalbaar duur. Maar een neef van mij moest daarom lachen en zei: kom maar mee. Wij naar Artis. Ongeveer waar nu de parkeerplaats is, stond een hele grote treurwilg in de tuin met een dichte kruin tot op de grond. Mijn neef gaf me een kontje en we klommen over het hek. De zenuwen had ik. Zoiets brutaals had ik nog nooit geflikt. Enfin, eenmaal binnen konden we zo het museum in en bij ’t zien van de eerste schedels en skeletten hielden mijn knieën pas op met knikken.
Daar deed ik ook mijn ‘theorie’ op dat vogels eigenlijk dino’s zijn. Zelfde skelet, zelfde houding, sommige zouden inderdaad veren gehad hebben. Voor een deel heb ik natuurlijk gelijk. De dino’s die in hun evolutie gingen krimpen hadden betere overlevingskansen dan hun reusachtige soortgenoten, die er een hobby van maakten om met z’n allen uit te sterven. Uit die gekrompen sauriërs ontwikkelden zich uiteindelijk ook onze musjes. Maar dat is allemaal evolutie en daar ga ik niet over.
Toch zit ik ook nu nog vaak, zoals zoveel kinderen in Artis doen: met mijn rug naar de leeuwen geboeid naar de ruziënde mussen kijken. Kleine brutaal twitterende tyrannosaurusjes.

TwitterLogo_2cmTyrannosaurus – Passer domesticus

Advertenties

5 gedachten over “Mussosaurus”

  1. Geweldig verhaal. Een vriendin van me is doctor in de biologie, gespecialiseerd in vertebraten… ook zij beweert dat alle vogels eigenlijk dinosauriërs zijn. Alleen die fucking oude roodstaart papegaai die we ooit geërfd hebben van wijlen tante Emma was daar een uitzondering op, dat was gewoon een snertvogel.

    Liked by 1 persoon

  2. Dank! Kan ik met een andere blik kijken naar die vertederende vliegende ratjes, die het isolatiemateriaal onder m’n dakpannen wegroven en daar nest na nest na nest bouwen. Jurassic park boven de dakgoot.

    Liked by 1 persoon

Reacties zijn gesloten.