Categorie archief: Fietsen

Skinny

Prachtweer + gezellige markt + overmoedige bui = dat ik dus thuiskwam met een mooie zwarte, en vooral ook billijk geprijsde broek.
Thuis schopte ik mijn schoenen uit, riep J erbij, ritste mijn oude jeans los en stapte eruit. J schoot (ex-pleeg) onmiddellijk in een waakzame beroepsstress en zocht in gedachten al naar zalfjes en tangen en ontsmettingsmiddelen tot ik ‘taraaa!’ mijn nieuwe broek uit het plastic tasje rukte. Ik stapte erin.
Althans, dat was ik zo gewend. Bij deze ging het anders. Oké, slimlegs, dacht ik nog. Enfin, het werd duwen en vooral trekken. Pas ter hoogte van mijn knieën ging het weer normaal. ‘Gò hee, wat hip’ riep J opgetogen, terwijl ik naar de passpiegel beende met een gevoel alsof er nog een of ander stuk karton aan de achterkant hing. En J, achter mijn rug: ‘het is zo’n poepbroek, geloof ik.’ Via de spiegel keken we elkaar eens aan en ik voelde de tailleband naar beneden glijden, ter hoogte van mijn heup. Ze schoot in de lach. ‘Ja, daar zakt je broek van af.’ Een blik op de klok zei me dat de markt inmiddels was opgebroken. Ik draaide me om en bekeek mijn achterkant en besloot dáár dus nú even niet verder over na te denken. Terug in de kamer voelde ik zacht iets kloppen in mijn  kuiten. Ik hees de taille op zijn plaats. Die plaats bleek ter hoogte van mijn oksels. Laat maar waaien dan. Ik probeerde ontspannen nog wat heen en weer te lopen. ‘Hij staat je echt leuk, weet je dat?’ zei J, ‘het is niet verkeerd om er eens lekker modieus bij te lopen. Alleen: géén baard en géén puntschoenen, begrepen?’ Begrepen. Werktuigelijk stak ik mijn handen in mijn zakken. Toen ik de bodem voelde kon ik nog net boven de rand uit kijken, zo diep waren die zakken. Dat wordt nog een vertoning als ik bij de Albert Heijn mijn karretjesmuntje moet pakken. Ha, maar er kan een hele fietspomp in!

Over fietsen gesproken.
Heb je weleens een man in skinny jeans een herenfiets zien bestijgen? Je weet wel: step-step, been over ’t zadel en go!
Mooi niet. Het kruis blijft haken. Probeer maar niet – je gaat het asfalt kussen. Heb ik nu al diverse malen gezien. Het kan slimmer. De fiets schuin houden, met één been in het frame stappen en terwijl je de fiets rechtop trekt zet je je voet op de trapper en weg. Tot op zekere hoogte. Want probeer maar al fietsend op je zadel te schuiven. Je komt niet verder dan het puntje. Refrein: het kruis blijft haken. Daarom rijden de slimste skinny jeans op meisjesfietsen. Let er wel op dat het zadel op de laagste stand staat, anders dreigt weer dat refrein.

Advertenties

Phietsch

Voor een fietser ben ik een tikkie conservatief. Het woord ‘bike’ vind ik een rotwoord. Plat, popie, namaak-hip. Het kwam overwaaien uit Amerika, daar maken ze alles plat, popie, namaak-hip. Bovendien was een bike tot voor kort geen vervoermiddel, maar speelgoed. Er waren dan ook geen verkeersregels voor. Die speelgoedfunctie is met ‘bike’ meegewaaid. In Amsterdam (bike city!) ben je nergens meer veilig. Nog erger: gepensioneerde babyboomers op ‘e-bikes’ – een gruwel. Niks helm, gewoon verbieden.
Nee ik wil terug naar het Nederlandse Fiets. Ik ga misschien nog verder. Zoals onze allereerste telefoon een Telephoon was: de Phiets!
Nee, nog één stapje (Van Dale, here I come):
Phietsch!
Phietsch-phabriek! Phietschphentieltje!

Filosofietser

Jagers en verzamelaars zijn we. Maar iets houdt ons gebonden aan één plek. Dat botst. Die plek is veel te klein voor zoveel nomaden. Sterker nog: terwijl wij, vruchtbaar, ons vermeerderen wordt onze plek steeds kleiner. Hij of zij die ons geschapen hebben zijn vergeten ons te leren onze rotzooi op te ruimen alvorens verder te trekken. Nu trekken wij rond in cirkeltjes, kleine cirkeltjes tussen de troep, van huisje naar baantje en weer terug, Een handjevol heeft keuzes: ga ik lopen of pak ik de auto? Verreweg de meesten moeten lopen. Er zijn er die ons kringetje proberen groter te maken. Van huisje via ruimtestation naar een oord waar, héél misschien, een mens in leven kan blijven. Of niet. Soit, weer wat geleerd. Gek, wat de mens allemaal leert. Ook zo gek: van elkáár leren we niks. Een beetje optellen en aftrekken misschien. Vechten. That’s it.

Dat zit ik weleens te denken, fietsend over ‘ons’ plekje dat ‘de Lage Landen’ wordt genoemd. Wanneer ik voor de zoveelste maal de windmolens aan de horizon heb geteld. Dan denk ik heel naïeve dingen. Over ‘de handen ineen slaan’ en onze rotzooi opruimen. Schoonmaken, weer ruimte scheppen. Aan mijn moeder: ‘voetballen? m’n reet, éérst je kamer opruimen!’ Het is toch zo eenvoudig, denk ik dan. Was het maar waar, denk ik er dan meestal achteraan. Want wat kan je eraan doen? Donaties aan het WNF, Milieudefensie, stemmen op de Partij voor de Dieren? Een stukkie schrijven zoals dit? Peanuts, dát kan je eraan doen.

Nee, laat me dan maar fietsen. Mijn spieren, hart en longen aan ’t werk voelen. De wind langs mijn wijkende haargrens en mijn blote armen en benen. Mijn ogen de kost geven – kijk eens jongens, windmolens! De warme geur van hooi opsnuiven. De bijtjes horen zoemen. Onder de blote zon, die zonder onderscheid, zonder aanzien des persoons, des diers, des gewas’ of des materies, zonder oordeel, zijn energie en warmte door het heelal en over ons plekje uitstrooit. En dan beloof ik plechtig dat ik mijn afval maar weer eens netjes gescheiden aanbied.
Want ik is toch zo verdomde klein.

Dagje Amsterdam

Als ik wethouder van verkeer was in Amsterdam, zou ik het wel weten:

Biking Tours mogen uit niet meer dan zes personen bestaan en dienen begeleid te worden door een persoon in bezit van een geldig en zichtbaar verkeersdiploma.

Tussen de groepen onderling moet een minimale afstand van 100 meter bewaard worden.

Bij bezichtigin van een toeristisch object of bespreking van een acecdote dient men zich in een rij langs de waterkant op te stellen, de fiets boven het hoofd geheven, om medeweggebruikers niet onnodig te hinderen.

Er komt een algeheel verbod op de verhuur van fietsen aan Chinezen.

Een huurfiets mag niet voorzien zijn van een fietsbel.

Overtreding van één van bovengenoemde verordeningen wordt gestraft met inbeslagname van het rijwiel en uitzetting van de berijder naar het land van herkomst.

Bierfietsen binnen de binnenring worden definitief verboden.
Er zullen routes worden uitgezet in WestPoort 2 en 6, Sloterdijk II, III en VII en via het Noordzeekanaal en de Schellingwouderbrug naar het rustige Industriepark Noord 8.

De fietser krijgt officieel dezelfde rechten als de automobilist, ter bevestiging van hetgeen door beiden reeds stilzwijgend was geregeld. Voetgangers krijgen dientengevolge dezelfde rechten als fietsers.

Trottoirs worden derhalve afgeschaft en fietspaden worden verbreed tot aan de gevels. Voetgangers en fietsers regelen onderling vriendelijk en beheerst hoe ze e.e.a. regelen.

Van diefstal van fietsen kan aangifte worden gedaan op: www.waarvanakte.politie.nl
Tips die leiden tot het terugvorderen van een gestolen fiets worden beloond met een avondje op pad met een gediplomeerde fietsendief of een trip voor 2 personen naar een Oost-Europees land naar keuze.

Fietsen geparkeerd voor een huis- of winkeldeur, in geveltuinen, tegen tuinmeubels, invalidenvoertuigen, bouwsteigers, ramen, kinderwagens alsmede dwars op de looproute of andere doorstroombelemmerende wijze mogen ogenblikkelijk worden ontdaan van alle demontabele elementen en/of worden doorverkocht aan belangstellenden

Fietsen geplaatst tegen of vastgeketend aan openbare voorzieningen als bus- en tramhokjes, openbare toiletten, brievenbussen, geldautomaten, marktkramen, dranghekken, regenpijpen, monumenten of andere kunst-uitingen worden onmiddellijk verwijderd. Sloten worden niet vergoed. Bij klachten kunt u zich vervoegen bij: Arie’s Sportschool ‘had-je-soms-wat’ aan de bos-en-Lommerweg.

Fietsen vastgezet aan openbare brug- en trapleuningen worden onmiddellijk verwijderd. Leuningen worden niet vergoed.

Personenauto’s met minder dan 2 inzittenden worden ter plaatse in beslag genomen.

Voor alle goederenvervoer, groot en klein, geldt een algeheel inhaalverbod. Ook bij laden en lossen.

Mobiele media dienen van een beveiliging te zijn voorzien die maakt dat ze, bij gebruik in of op een vervoermiddel, direkt in het gezicht ontploffen.

Het gebruik van rolkoffers, boodschappentrolly’s en sleepmandjes wordt in de hele stad verboden.
Ouderen en gehandicapten krijgen een ontheffing geldig op de maandagochtend tussen 10:00 en 12:00 uur.

Het zakmes

Het is pikkedonker en het water komt met bakken uit de hemel. Omdat ‘het wel los zou lopen’ heb ik geen regenpak aan en ben tot op de huid doorweekt. Ik scheer met een vaartje de brug af, linksaf de Prinsengracht op. Pang! zegt mijn voorband en: flap-flap-flap. Mijn fiets schiet onder me vandaan en ik smak op de straat, glij met fiets en al nog een meter door en eindig tegen een plantenbak, mijn neus op twee centimeter van de keien. Van schrik blijf ik suf even liggen om de situatie te laten doordringen. Ik zie de baksteen onder mijn neus, die kijkt blasé een andere kant op. Verder zie ik een verdraaid stuur en een kromgetrokken wiel en mijn rechtervoet zit ergens muurvast. Een spatbord steekt sinister omhoog en vangt het gele licht van een straatlantaarn. Even verderop ligt mijn lampje poedelnaakt, het kapje is eraf, paniekerig te knipperen. Ik hoor een autoportier en een nog droge man komt haastig aangelopen, hurkt bij me neer en voelt of ik nog leef. Ik stel hem gerust door me in een zittende houding te werken. Hij spreidt bezorgd zijn handen in een woordeloze vraag. Ik begin: ‘het was pikkedonker en het water kwam met bakken…  nou ja, klapband, net in de bocht’. Hij hijst me overeind en ik sta met één been in mijn frame, mijn voet zit nog steeds vast en zit nu pijnlijk verdraaid. Hij peutert wat aan mijn schoenveter die tussen de ketting en het tandwiel zit gevlochten, vist een zakmes uit zijn broekzak en snijdt mijn veter door. Mijn bevrijde voet schiet weer op stand normaal en de pijn ebt weg…

Een zakmes! Er zijn nog mannen die een zakmes bij zich dragen, God hebbe hun ziel!
Morgen ga ik een zakmes kopen, mijmer ik terwijl ik door de regen naar huis wandel, soppend in een losse schoen. Een Zwitsers Zakmes. Een béétje vent heeft verdomme immers een zakmes in zijn zak. Ik hoor J al schamperen: ‘een échte doet het met zijn tanden.’ De schat, ze zal het hebben. Straks druk ik haar stevig aan mijn koude doorregende borst.

zakmesDit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend op een miezerige nacht,
Domweg gelukkig, op de Prinsengracht.