Categorie archief: Filosofie

Zelfreizend voertuig

Als de zelfrijdende auto echt is uitontwikkeld, is er zelfs geen inzittende meer nodig! Heb ik gelezen! Laat dat even tot je doordringen. Raar gezicht. Geen gezicht. Allemaal lege auto’s in het verkeer. Ik erger me nu al mateloos aan al die auto’s met maat één mannetje/vrouwtje erin. En maar kankeren op de files. En maar schreeuwen om meer asfalt. Voor die lege auto’s.
Ik vind het een belachelijk idee om ‘geen inzittende’, oftewel niemand, met een auto te vervoeren. ‘0x0=0’ zei mijn wiskundeleraar nog. Ik zie ook al opschriften in die wagens: ‘Maximaal 5 niet-inzittenden toegestaan, gordels verplicht.’
Het woord ‘zelfrijdende auto’ is ook wat vreemd. Dubbelop. Auto komt van automobiel, kortweg ‘zelfbeweger’. Die beweegt overigens niet zelf. Eerst moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden, zoals een volle tank en een inzittende met enige vaardigheid in het besturen van een automobiel. Die inzittende is degene die de zelfrijder zelf rijdt. Vandaar. (Misschien even 2x lezen.)
Nee, ik heb betere termen langs zien komen: zelfsturende of zelfstandig rijdende auto vind ik nog de beste. Ook zelfreizende auto, hoewel dit ironisch bedoeld was. Maar deze laatste komt wel het dichtst bij een auto die wel reist maar zonder bestuurder. Bovendien doet hij me denken aan mijn jeugd: mijn moeder kwam tijdens het pannekoeken bakken beslag tekort en stuurde mij paniekerig naar de melkboer, alwaar ik een pak zelfrijdend bakmeel bestelde.
Toch lijkt me een auto zonder inzittende voorlopig nog het veiligst, want de eerste inzittende is al dood.
Maar zonder dollen. Een auto kan natuurlijk ook dieren en dingen vervoeren. De pakjes van Bol-com of 200 slachtkalveren. En ik geloof ook dat we af moeten van het woord auto. Want in de zelfsturende auto is één persoon beslist niet welkom: de automobilist. Dat zou maar discussie en belangenverstrengeling geven. Bovendien vermoed ik dat het vervoermiddel zich zal ontwikkelen in voor zijn doel (mensen, dieren, dingen vervoeren) aangepaste robots.
Of blijven het echt op auto’s lijkende vehikels? In die van Bol-com (dit schrijf ik steeds met dat streepje, anders maakt mijn schrijf-appje er steeds een link van:) zit dan een aparte robot die kan traplopen, aanbellen, iets onduidelijks in de hallofoon roepen en een pakje in het trapportaal gooien. Met kerst komt hij dan een kaartje brengen met ‘Gelukkig Nieuwjaar’ om een extra druppeltje olie en dan tikt ie aan zijn petje: ‘fijne avond nog, biep-biep’.

Advertenties

Impo

Hij had niet zoveel op
met dichters, jazz en pop
hij had meer iets met Dylan
na de folk en Ierse pubmuziek
sloeg hij van alles over

Tot hij iets kreeg met rap
wat niet zozeer muziek was
alswel een beetje Dylan
want dance of trance
kon hem gestolen worden

Met zijn lichtgewicht tentje
bezocht hij alle festivals
niet voor de bands maar
om de meiden

Toch werd hij oud

Nu komt hij nergens meer
en zijn de meiden eigenwijs
onbegrijpelijk ongrijpbaar
en zijn tent, zijn oude tent
een tikkie impo
bestwel

 

Valtifest
Wat een mens al niet kan inspireren: een affiche op een kabelkastje in de Willemsstraat. Een variant daarop is de Tandartsassis Tent. Met dank aan http://www.valtifest.nl

 

 

How many roads…

De laaste tijd draai ik regelmatig weer eens mijn oude Bob Dylan platen. De oude vinylpersingen. Dus kwam het nummer ‘Blowing in the Wind’ voorbij. Daarover heb ik als 15 jarig, langharig, (huis)werkschuw maar volgens mijn moeder beslist geen tuig gastje veel lopen piekeren. Waarschijnlijk doordat er onder dat lange haar nog zo’n kort levenservarinkje zat: Hoeveel wegen moet een man bewandelen, voordat ze hem een man noemen? Nu, 65, geef ik het gewoon toe: weet ik veel. Volgens Dylan waait het antwoord met alle winden mee. Dylan heeft altijd gelijk. En wat is een Man? Ach, je zult begrijpen dat ik daar, in het kader van de vele zich voortslepende onderzoeken dienaangaande, geen mededelingen over kan doen. En: wass will das Weib? Keine Ahnung. En wat heeft dát ermee te maken? Alles.

Er komen steeds meer singles. En ik heb de indruk dat de meesten zich nou niet echt ‘happy singles’ voelen. Mannen en andere boeren zoeken vrouwen of mannen, vrouwen zoeken mannen en vrouwen. Getrouwde stellen komen uit de kast en gaan ook op zoek. Mannen worden vrouwen en krijgen andere wensen en andersom. Kinderen gaan de deur uit en ook op zoek, zodat de ouders eindelijk kunnen scheiden en hun eigen zoektochten beginnen.

En niemand schijnt dat alleen te kunnen. Datingsites schieten als paddesoelen uit het web. Ook dat zijn wegen die je kunt bewandelen. Ik moet wel altijd een beetje lachen om advertenties voor dating-bureaus ‘speciaal voor hoger opgeleiden’. Date & Discriminate! Nou, van de vele hoogopgeleide mannelijke collegae waarmee ik gewerkt heb weet ik toevallig dat ze het liefst een lekker ordinair en afhankelijk mokkel hebben, met blond haar en blauwe zaadvragende ogen. Oké, een cliché, mag ik ook eens?

Enige Tinder-tips. Hou je van wandelen? Zoek iemand die dus vele wegen bewandeld heeft. Ben je zo nu en dan ook graag een paar dagen alleen? Zoek op ‘vreemdganger’. Wil je niet altijd mee op pad? Zoek een Einzelgänger. Hou je niet van saaie rechte paden? Zoek een schuinsmarcheerder. Wil je niet dat het alleen over tieten gaat? Zoek bij ‘hobby: duivenmelker’. Hou je niet van wandelen, noch van mannen, en weet je het allemal niet meer? Zoek een vent die beschikt over een Routekaart van het Leven, ontferm je dankbaar over de kaart en dump de vent. Heb je behoefte aan iemand die altijd en overal onmiddellijk een antwoord op heeft? Neem een Amsterdammer.

Het slaat misschien nergens op, maar – voor je lijstje van favoriete quotes – hier een doordenkertje van de beroemde Amsterdamse filosoof Ernst:
‘De leukste mannen zijn: vrouwen die vele wegen bewandeld hebben.’

Filosofietser

Jagers en verzamelaars zijn we. Maar iets houdt ons gebonden aan één plek. Dat botst. Die plek is veel te klein voor zoveel nomaden. Sterker nog: terwijl wij, vruchtbaar, ons vermeerderen wordt onze plek steeds kleiner. Hij of zij die ons geschapen hebben zijn vergeten ons te leren onze rotzooi op te ruimen alvorens verder te trekken. Nu trekken wij rond in cirkeltjes, kleine cirkeltjes tussen de troep, van huisje naar baantje en weer terug, Een handjevol heeft keuzes: ga ik lopen of pak ik de auto? Verreweg de meesten moeten lopen. Er zijn er die ons kringetje proberen groter te maken. Van huisje via ruimtestation naar een oord waar, héél misschien, een mens in leven kan blijven. Of niet. Soit, weer wat geleerd. Gek, wat de mens allemaal leert. Ook zo gek: van elkáár leren we niks. Een beetje optellen en aftrekken misschien. Vechten. That’s it.

Dat zit ik weleens te denken, fietsend over ‘ons’ plekje dat ‘de Lage Landen’ wordt genoemd. Wanneer ik voor de zoveelste maal de windmolens aan de horizon heb geteld. Dan denk ik heel naïeve dingen. Over ‘de handen ineen slaan’ en onze rotzooi opruimen. Schoonmaken, weer ruimte scheppen. Aan mijn moeder: ‘voetballen? m’n reet, éérst je kamer opruimen!’ Het is toch zo eenvoudig, denk ik dan. Was het maar waar, denk ik er dan meestal achteraan. Want wat kan je eraan doen? Donaties aan het WNF, Milieudefensie, stemmen op de Partij voor de Dieren? Een stukkie schrijven zoals dit? Peanuts, dát kan je eraan doen.

Nee, laat me dan maar fietsen. Mijn spieren, hart en longen aan ’t werk voelen. De wind langs mijn wijkende haargrens en mijn blote armen en benen. Mijn ogen de kost geven – kijk eens jongens, windmolens! De warme geur van hooi opsnuiven. De bijtjes horen zoemen. Onder de blote zon, die zonder onderscheid, zonder aanzien des persoons, des diers, des gewas’ of des materies, zonder oordeel, zijn energie en warmte door het heelal en over ons plekje uitstrooit. En dan beloof ik plechtig dat ik mijn afval maar weer eens netjes gescheiden aanbied.
Want ik is toch zo verdomde klein.