Categorie archief: Leven

Bertus

‘O! Heb jij toevallig shag bij je?’ klonk het blij verrast achter mij. Een bekende stem, schor en bekakt. Bertus. Ik draaide me om en trok mijn pakje. Bertus. Was hem straal voorbijgelopen. Tijd niet gezien eigenlijk. Zeker weer in zijn ’kuuroord’ gezeten, de verslavingskliniek.
Bertus is dakloos en alcoholist. Beide geheel uit vrije wil (wat heet?), nadat zijn gezin was weggevaagd door een bomaanslag in Londen. De I.R.A. Na een jaar ellende heeft hij zijn huis verkocht en is gaan zwerven. Hij was ooit waterbouwkundig ingenieur, maar vuurwater heeft al zijn ‘kennis en vaardigheden’ weggebrand. Meer weet ik niet over hem. Is ook niet nodig. Een zwerver heeft ook privacy.
Onze shagjesvriendschap begon een aantal jaren geleden. Of ik misschien een sigaretje kon missen? Op dit zelfde plein, zijn min of meer vaste stek. Ik gaf hem mijn pakje Drum. Hij keek moeilijk. Hij kon, bleek, niet rollen, er is iets met de motoriek in zijn vingers. Een sigaret opsteken of fles leegdrinken gaat moeiteloos, maar een shagje rollen dat wordt een ramp. Dus rolde ik het die keer voor hem. Dat kon hij wel waarderen.
Sindsdien weet hij me te vinden als ik in de buurt ben. Of hij, en platzak. Soms rol ik er voor mezelf ook een en kletsen we wat, in de trant van: ‘ach ja, zo is het leven…’ Hij is geen prater. Ik ook niet.
Bertus is ook heel direct, jegens mensen, dieren en dingen. Vaak heeft hij geen trek in praatjes. Of in mensen. Is hij liever ‘op z’n eigen’. Dan zwijgt hij en wendt zich af als ik hem zijn piraatje geef. Ophoepelen a.u.b. betekent dat, weet ik inmiddels. Zo was het ook deze keer. Zag het al aankomen. Ik gaf hem een brandend saffie, hij keerde me expliciet de rug toe en ik vervolgde mijn weg. Groeten doen we ook nooit. ‘Bedankt, man!’ riep hij me nog na.
Voor het shagje. En voor het ophoepelen.

Advertenties

Ik en mezelf

Ik ben never nooit alleen
Ik sjouw altijd mezelf mee
Ik kom niet van me af
Nare plakker

Een enkele keer
Overleg ik met mezelf
Over wat ik met mezelf
Aanmoet
Spreek ik mezelf toe
Vermaan, verwijt ik mezelf
Ontstijg ik mezelf
Vergeet, verlies ik mezelf
Kruip ik in mezelf
Zoek mezelf

Kom ik dan weer tot mezelf
Ben ik wéér met z’n twee
Ik en mezelf
Altijd dezelfde

Impo

Hij had niet zoveel op
met dichters, jazz en pop
hij had meer iets met Dylan
na de folk en Ierse pubmuziek
sloeg hij van alles over

Tot hij iets kreeg met rap
wat niet zozeer muziek was
alswel een beetje Dylan
want dance of trance
kon hem gestolen worden

Met zijn lichtgewicht tentje
bezocht hij alle festivals
niet voor de bands maar
om de meiden

Toch werd hij oud

Nu komt hij nergens meer
en zijn de meiden eigenwijs
onbegrijpelijk ongrijpbaar
en zijn tent, zijn oude tent
een tikkie impo
bestwel

 

Valtifest
Wat een mens al niet kan inspireren: een affiche op een kabelkastje in de Willemsstraat. Een variant daarop is de Tandartsassis Tent. Met dank aan http://www.valtifest.nl

 

 

Boek

Het Haarlemmerplein op een zomermiddag. Kinderen in zwembroekjes en blote peuters spetteren onder de fonteintjes. Honden spelen mee, happen naar de waterstralen of wachten blaffend boven de lege gaten tot die plots weer spuiten; hap hap hap! Of huppelen kwispelend naar hun baasjes op de bankjes en schudden hun natte vachten. Kranten worden slap, joints doven sissend en hatsiekidee daar gaan ze weer.
Naast mij hangt een moeder met opgetrokken knieën, voeten op de bank, lui achterover tegen de leuning. Een hand rust op een kartonnen beker koffie, haar andere houdt een boek open dat steunt tegen het zwarte, levenloze beeldscherm van de laptop op haar schoot. Een papieren boek.
Het boek zal nooit verloren gaan.

Liereman

‘Aargh, kijk die ouwe daar!’ klonk het achter me. Een kinderstem. Ik keek geschrokken om. Twee meisjes, sprieten van dertien met touwhaar. Ze giechelden en gniffelden, maar gelukkig niet om mij. Mijn broek was dus niet uitgescheurd, er zat geen vogelpoep in mijn haar, er zat geen sticker op mijn rug met de voorkant is nog erger. ‘Bizar. Die zit niet echt lekker in z’n vel, hee’, zei het andere meisje. Ze sloeg de spijker op zijn kop.

Hun belangstelling betrof De Liereman. Zo noem ik hem altijd. Een sleetse oude hippie van zeventig, blijven steken in de folk-tijd. Woont bij ons in de buurt. Op zaterdag is hij altijd te vinden op de Lindengracht- en Noordermarkt. De kooplieden noemen hem die saggerijn.
Straatmuzikant is hij. Hij speelt draailier, best bijzonder – ach, de folkies: dansen op muziek van draailier en doedelzak door de Vlaamse groep ’t Kliekske van, jawel: draailer- en doedelzakbouwer Herman De Wit. Ik was dus ook zo’n vrolijk folkie. Ik zie de liereman zo al dertig jaar.
Eigenlijk ken ik alleen vrolijke muzikanten, of mooi droevige, zoals de Bulgaren op de bruggen, die de Liereman altijd overstemmen. De Liereman oogt op het eerste gezicht best droevig, of eigenlijk meer sneu, afgeleefd. Bozig soms zelfs. Niet bepaald plezier in het leven. Hij staat meestal op een onopvallende plek. Niet handig, omdat het geluid van zijn instrument niet verder draagt dan een paar meter. Het is ook niet duidelijk of hij geld wil. Soms ligt er een oude muts aan zijn voeten, maar daar zit nooit iets in. Als je hem wat muntgeld toestopt reageert hij nors. Soms zingt hij erbij. Onverstaanbaar, uit de maat en eentonig. Maar als je dan goed kijkt zie je zijn ogen glinsteren. Als hij, heel zelden, weleens lacht, is het satanisch. Hij draagt klompen en om zijn ene klomp zit een band met belletjes. Af en toe stampt hij wat met die belletjesklomp, maar ook dat is niet in de maat. Maar de altijd bozige liereman bedoelt het, diep van binnen, wel goed en zijn muziek is gewoon een poging ons wat vrolijkheid te brengen. Nou, bij mij, diep van binnen, staagt hij daar stiekem altijd weer in. Rozen op je pad, Liereman 🎵

De draailier (Engels: hurdy gurdy) vind ik een van de mooiste klassieke snaarinstrumenten. Denk aan een viool, waarbij de strijkstok is vervangen door een ronddraaiende schijf. De melodie wordt gespeeld door toetsen op de snaren te drukken. Twee in een kwint gestemde bourdon-snaren leggen een constante ‘drone’ onder de muziek. Je kunt er alles mee: van lieflijke middeleeuwse balladen tot opzwepende Hongaarse dansen.

Ter illustratie
Op YouTube is ontzettend veel materiaal over de draailier. Ik heb maar wat gekozen. Geen kwezelige klassiekers maar de Zwitserse heavymetal-folkband (en ook lekker gothic) Eluveitie: met het nummer Havoc.
Wil je zien hoe het echt werkt: in een rustiger omgeving speelt Eluveitie’s draailierspeelster Anna Murphy het nummer Britcom, begeleid door de drum-soundtrack.

En verdomd, ik heb hém ook gevonden!
En kijk: hij lacht!

(meazdeweaz)