Categorie archief: Media

Tipp-ex blues



Wat iedereen allang kan zit ik nu te leren: als een halve idioot tekst zitten typen op het mini-toersenbordje van mijn kersverse smartphone. Waarbij de letter e steeds een w wordt omdat mijn vinger te dik is of te scuin staat. Met mijn duimen typen gsat echt niet. Terwijl een meisje naast mij al 30 tweets heeft gestuurd zit ik nog te emmeren met de fouten in de eerste regel. Navigeren Door de tekst is een hel. Ik kan het apparaat onmogelijk vasthouden terwijl ik typ. Het ligt zo goed en zo kwaad als ut gaat op mijn knie. Met één hand behoed ik het apparaat voor vallen en me één vinger van mijn andere hand typ ik. Dat gaat het beste met mijn middelvinger. Moet dus vanaf heden erg goed op mijn woorden letten.
Fietsen + appen kan ik zo dus wel vergeten. Ik zal niemand van de sokken rijden.

A propos, tegenover mijn bsnkje op het Kwakersplein bevindt zich een filiaal van die hippe grootgrutter, zich noemende Marqt. Voor al uw qouwe qaq.

Hartelijke groeten uit de Qinqerstraat!

Advertenties

Madeleine

Pyke Koch - Het wachten - Centraal Museum - Utrecht
‘Het Wachten’, Pyke Koch (1901-1991) Centraal Museum Utrecht

De loodgrijze hemel had de hele dag nog geen haarscheurtje vertoond. Het was geen seconde droog geweest. Miezerige motregen, afgewisseld door miezerige motsneeuw en miezerige mothagel. Die sloeg je bij vlagen fel in het gezicht op een ijzige noordooster.
Zo stond ik die avond op de eindhalte te wachten op de tram, die net voor mijn neus was weggereden. Met mijn rug tegen het glas, aan de achterkant van het tramhuisje, want de wind sloeg er pal in.
Het was half zeven, de straatverlichting brandde al en wierp grillig kronkelende lichtvlekken op de golfjes in de gracht voor mij. Tegen dat licht zag ik de zwiepende vlagen natte sneeuw zilverig afgetekend. Iedere slappe vlok zeek met een eigen cirkeltje in het onrustige water. Het politiebureau aan de overkant had het weer druk vanavond. Auto’s reden af en aan, de meesten met dreigend blauw zwaailicht. Pas bij de brug gingen de sirenes aan. Wel zo aardig.
Een vrouw in het zwart met knalgele paraplu en bij het invallend duister oogverblindende sneakers kwam aangelopen. Ze betrad het huisje en bekeek me argwanend door de achterwand. Ik glimlachte en boog mijn hoofd even als groet. Moslima. Geleerd van Halet, een oude, inmiddels dode vriend. Ze knikte vriendelijk en draaide zich om. Ik was o.k. Het wachten kon beginnen.
Plots deed een windvlaag het tramhuisje opbollen tegen mijn rug. Achter het glas klonk een hoge kreet: ‘Godkolèrr!’ Een paraplu spong open en ze kwam stampvoetend de hoek om, verwikkeld in een driftig maar gedempt telefoongesprek, dekking zoekend een eindje naast mij. We knikten weer en wachtten. Op de tram. Die zou zo wel komen.
Even later voegde een man zich bij ons, achter dat tramhuisje. Niks geen groet. Ook hij hield zijn eigen blauwverlichte wereldje in zijn knuist. Maar hij hield mooi het beetje tocht dat om de hoek kwam tegen. Nadeel: z’n paraplu druppelde in mijn nek. Ik kon niet veel opschuiven, dan zou ik te dicht bij de vrouw staan. We wachtten. De tram kwam niet, de mensen wel.
Een kwartiertje later stonden we met elf man, waarvan drie vrouw, samengedrongen tussen dat stomme tramhuisje en de balustrade van de gracht. Wachtend op een tram die niet kwam. En te kleumen. De vrouw naast me fluisterde weer ‘godskolèrr!’ Het is ‘gotskolére’ fluisterde ik terug. Ze keek me aan. ‘Gots-ko-lére’ siste ze trots. Wij waren de enigen die iets zinnigs te zeggen hadden. Over het weer. Gezellig toch? Iemand voerde handsfree een lange monoloog in het Russisch. ‘Waar blijft ‘ie?’ werd er soms gevraagd door iemand, aan niemand. Aan een drom verstokt zwijgende zielen, met blauw verlichte gezichten, nietsziende ogen en oren aan snoertjes. Het had heel gezellig kunnen zijn. Maar men zweeg, swipend over schermpjes. En wachtte.
En ik, ik gaf lijn 3 een naam: Madeleine.
Madeleine, qui ne viendra pas.*

 

* Jaques Brel

Krant

Op tafel ligt een dichtgevouwen krant met daarop de leesbril. Ernaast staat een volle beker koffie waarop zich al een vel vormt. In zijn ogen wrijvend en met deukjes in zijn neus van die bril staat hij voor het raam. Hij piekert. Verdomme. Hij was toch zo vol goede zin wakker geworden. Plannen gemaakt onder de douche voor een flinke fietstocht, terrasje na afloop, wijntje bij het eten, cognacje in de avondschemering. Maar hier, voor het raam, met uitzicht op de zomer, is het weg. Het gaat de verkeerde kant op met de wereld. Wie met een goed humeur is opgestaan kan toch heel de wereld aan?
Heel de wereld, maar niet de krant.

Smart

Neem een smartwatch
en weet alles van jezelf,
de wereld kijkt mee.

Bloeddruk, wattage,
lichaamstemperatuur,
locatie, aantal stappen,
het sprongetje van je hart
als je wegdroomt bij
geheime liefdes.

Meer nog weet je nu,
dan alle artsen, psychologen,
consultants, handopleggers
en schuldhulpverleners die
je ooit bezocht hebt
bij elkaar.

Je bent gemeten, geweten.
gewikt en gewogen, alles
is bekend en vastgelegd,
gedeeld en duizend malen
uitgelezen.

Gedeelde smart is
dubbele smart

Nooit, nee nooit meer
kun je jezelf en de wereld
nog eens leuk verrassen.

Zo’n smartelijk klokje,
nee, laat mij maar lopen,
rammelend en struikelend
in zeven sloten tegelijk.

To lurk or not to lurk

Een paar dagen geleden (?) schijnt het Internationale Ontlurkdag geweest te zijn. Ik las het op Bubbliciously Me, een feestelijk en humorvol commentaar op het verschijnsel.
Na wat klikken op links naar blogs die daarover ook iets meldden weet ik sinds een uurtje wat lurken zijn. Lurken (of Engels: lurks) zijn, naar ik begrijp, lieden die min of meer anoniem op sociale media verkeren zonder ooit zelf iets te posten, noch ooit te reageren op anderen, noch ooit op Likes te klikken. Een soort mediale voyeurs. Iets wat op sociale media kennelijk not done is.
Ik kom er echter niet achter hoe ik de lurks precies moet ontlurken. Ik begrijp dan dat men verwacht dat zijzelf dit maar moeten doen. Ik stel mijzelf beschikbaar om hen daarin te begeleiden – een tip: Klik effe hier en daar kritiekloos op zo’n stom duimpje, dan ben je al voor de helft ontlurkt (knipogend emoticon).
Lurks zijn dus lieden die slechts lezen, luisteren en kijken. Iets wat in het echte leven toch gewaardeerde gedragingen zijn.
Ik zit niet op sociale media. Na een blauwe maandag op Facebook ben ik gillend weggerend. Wat een geroep, wat een herrie!
Dus voel ik mij geroepen, indachtig al het recente lawaai over bootvluchtelingen en het beschamende bedbadbrood-debat op Twitter en Facebook, het op te nemen voor de lurks.
Ik pleit zelfs voor: Meer Lurks Op Sociale Media!
Van die mensen die eerst eens goed lezen, en er dan in stilte het hunne van vinden.

To lurk, to skulk {ww. Engels}: broeien, smeulen, sluimeren. Maar ook: popelen (van ongeduld).
I lurk
you lurk
we lurk