Categorie archief: Taal

Festen

Op vijf december
Tuigen wij de kerstboom op
Met paaseieren
Op de piek een roze hart
Voor Valentijn
Heel ons moeder bakt
De oliebollen
Piet kijkt witgewassen toe
Vader draagt een rode tulp
Op zijn revers voor één
Vier en vijf mei tegelijk
We vlechten roze kransjes
Voor de Hemelvaart
Op alle stoepen schrijven we
BEZET
Met oranje krijtjes

Een vaasje pinksterbloemen
Siert de salontafel

Behapbaar

Om op gang te komen
Lees ik graag boekrecensies
Ook wanneer alleen de titel al
Mij niet aanstaat
Grote woorden staan daar
Zoals het schalkse
Malicieus
Of zelfreflectie en wat
Dacht je van een allitererend
Houthakkershemd

Zoals een oude kennis
Kookboeken las als een roman
Zo lees ik de Spellingwijzer
Als een kookboek
Er voor gaan en erachter komen
Dat is de kwestie
Zo maak ik mijn woordenbrij
Zelfs voor mezelf
Behapbaar

Ambachtelijk

Steeds meer dingen zijn ambachtelijk, of worden ambachtelijk bereid. Omdat de zeespiegel stijgt of zo. Maar straks verzuipt de wereld nog in de houtkrullen als we niet oppassen. Met de macramé is het destijds ook bijna fout gegaan.
Ik zag alweer pepernoten. Ambachtelijke pepernoten nog wel. Bedenk het maar eens. In de tijd van St. Nicolaas bestond het woord ambachtelijk niet eens. Álles was ambachtelijk, waarom zou je het dan zo noemen?
Maar ik begrijp het wel: de bakker heeft eieren voor zijn geld gekozen en de lopende band vervangen door zichzelf. Hij wast zijn handen, mengt het meel met de peper, roert en kneedt het deeg, rolt er in zijn eigen handpalmen balletjes van en legt die één voor één netjes in rijen op de bakplaat. Dan gaat hij houtblokken hakken en legt ze op een laagje van proppen handgeschept papier onder de oven, die hij in de fik steekt door twee steentjes tegen elkaar te slaan. Vervolgens wakkert hij, op zijn knieën gezeten, met zijn eigen longen eigenmondig het vuur wat op.
Ongeveer zó, stel ik mij voor, werkt ook ‘ambachtelijk geblazen glaswerk’, dat ik laatst in de etalage van een bloemen-boetiek ontwaarde.
Mocht ik het mis hebben, dan verneem ik graag van de kenner wat ‘ambachtelijk blazen’ is. Intussen loop ik eventjes tamelijk ambachtelijk naar de supermarkt.
Hey, een nieuwe trend: Ambachtelijk Wandelen.

Taal, zoek

Taal, zoek mij mijn woorden
breng ze meteen maar allemaal
ze hoeven niet bijeen te horen
ik zal ze vlechten tot verhaal

Sprookjes, boordevol geheimen,
een held die voor de vrijheid sterft,
en nee, ze hoeven niet te rijmen:
de dichtkunst heb ik niet geërfd

Ik lees ze voor aan volle zalen
mijn kop in beeld, mijn naam gehoord
ik word vertaald in alle talen

Ook de tv wordt aangeboord
ik ga de Libris-prijs straks halen
hoezo De Gids? nooit van gehoord

O juist ja, ’t zal wel, denkt u even
de man heeft nog geen woord geschreven
u hebt gelijk: zo is het dichtersleven

Een staart voor Het Groene Boekje

Het woord pannenkoek kwam weer eens voorbij.
De uitvinding van de tussen-n is de grootste kolder van onze tijd. Wat maakt het in jezusnaam uit? Hij wordt toch niet uitgesproken! Soms is het echt taal-molest: een Taalunie die onze woorden ontleedt en haar n ertussen ramt.

Voor eens en altijd: pannenkoek is fout.
De pannenkoek heet niet pannenkoek omdat hij in een pan gebakken wordt en al zeker niet in twee pannen.
Pannekoek is oorspronkelijk koek gebakken van pan of panne, deeg of beslag vermengd met eieren, dat gemakkelijk rijst. Ons pannebrood of panne komt daaruit voort. Het Franse woord pan (deeghomp) ligt ten grondslag aan pain (brood). Het Engelse pancake heeft dezelfde wortels.
Witbrood is al heel lang uit en pannekoekenbeslag wordt nu gemaakt van zelfrijzend bakmeel, volkorenmeel, boekweit of spelt. Speltpannekoek is dan wel een beetje dubbelop, maar zo weten we tenminste waar we het over hebben.

Wij kennen het broodtype slof, dat zo heet omdat het deeg gekneed wordt in de vorm van ons comfortabel huisschoeisel, de pantoffel, in de volksmond slof. In het italiaans gebruikt men het woord pantofola ook voor huisslof en broodslof. Ook het Italiaanse ciabatta betekent zowel pantoffel als brood (maar dan van ander deeg). Dus weest op je hoede als de ober van de pizzeria vraagt of je ciabatta bij het aperitief wilt: hij zal toch geen zweetvoeten hebben?

Ossenhaas is volgens het Groene Boekje goed gespeld. Ik ben geen taalkundige, maar voor mijn gevoel klopt daar niets van. Moet je minimaal twee ossen slachten voor één haas? Ossehaas is de haas van de osse. Een oude naamvalskwestie. Zoals varkensvlees het vlees des varkens is.

En wat te denken van de (juist gespelde) ossenstaart?
Een staart met aan elk uiteinde een os.
De ultieme staartdeling!

Eet smakelijk!