Categorie archief: Woorden

Afrekening

Tijdens het voordragen
van mijn werk beloof ik mijzelf
de emotie de overhand te gunnen,
ik ben het weer eens zat, die
vermaledijde poëzie!
‘k Laat rijm en ritme voor wat het is
en smijt letters en syllaben dwars
de zaal door: hierzo, nog een
komma en daarzo, nog een apostrof,
kapotte zinnen, inclusief de
doorhalingen, krijgen ze naar hun
harses, in de keet verdwijnen spaties
en witregels in het niets, een spervuur
van radeloze uitroeptekens treft
ra-ta-ta-ta-ta mijn vebaasde fans
recht in het versteende hart.
Boven in het schellinkje
beginnen ze terug te gooien ze
buigen de uitroepen over hun knieën
om tot vraagtekens en slingeren ze
me naar het hoofd – eindelijk interactie!
En ik zwijg…
Oorverdovend.
Ik bedank de aanwezigen voor hun
aandacht, wijs ze de deur; buiten
aan het loketje in de gang krijgen ze
van een beteuterde directeur hun
geld terug; de portier pleurt me
bij kop en kont de straat op.
Moe maar opgelucht betreed ik
mijn eenzame mansarde, doe de deur
achter me op slot en pak het touw
met de lus, dat heb ik immers niet
meer nodig, het belandt beneden
op ’t trottoir tussen het zwerfvuil
en de hondenpoep.
Ik ben klaar voor een nieuw leven,
ha! als boekhouder:
geen hanepoten meer op dunne lijntjes
maar ruitjespapier en zakjapanner,
en alles met potlood,
als ze brommen pas ik de cijfers aan,
net zo lang tot ik blije gezichten
in drommen om me heen heb staan:
Oh, kijk eens, het gaat goed met ons,
zijn tabellen zijn als poëzie!

Retro

Retro. Wat men niet allemaal retro noemt. Volgens Van Dale: ‘een ouderwetse indruk makend, teruggrijpend naar vroeger’.
Tja. Maar retro is hip, ouderwets is bepaald niet hip. Ouderwets gezellig – getverderrie!
Okee, retro is hip. (Hip is trouwens niet per se retro!) Beide zijn bijvoeglijke naamwoorden. Een naamwoord wordt bedacht om beestjes een naam/label te geven. Beide zijn rekbaar – neem ‘groot’: een groot huis – een groot kleinkunstenaar.
Retro en hip zijn ook heel vergankelijk. Hip komt van hype en die waait altijd over.

In de jaren-70 was men héél progressief en hip. En nu? ‘Jij denkt toch zooo jaren-70’ (jij denkt nog steeds in termen van kwaliteit!) is niet retro maar ouderwets, laat staan hip.

Hip hoeft niet per se retro te zijn, schreef ik. Hipsters daarentegen zijn helemaal retro (alles schon dagewesen).
Gelkuif met kortgeschoren nek en slapen: de ‘dijkers’ uit de jaren ’50.
En/of knotje: de hipies van de jaren ’70 (!).
Baarddracht: begin 19e eeuw.
Jasjes: de ‘pleiners’ van de jaren ’60.
Skinny jeans met hoogwater: de skinny jeans met hoogwater van de ‘nozems’, jaren ’50.
Rijgschoenen en lelijke sokken: de corpsballen uit de jaren ’60.

Is retro verhipt jeugdsentiment? Nee. Het is wel teruggrijpen naar vroeger, maar naar een bepaald vroeger. En dat bepaalde weet alleen de incrowd, een mooie term uit de jaren-70.
De jaren-70 zijn ouderwets dus niet retro. Waarom niet? Nah, Fingerspitzengefühl ;)

Wat is dan verdomme wél retro?
Nou, kijk: alles van vóór 1950 is ouderwets of antiek. (Antiek was in de jaren-70 heel hip!) Dus de jaren ’50 (Zündapp buikschuiver en (alleen roomkleurige) Vespa scooter)  en ’60 (Tomos brommer, Pastoe meubelen, Courèges) mag je retro noemen en eventueel al de jaren ’80 (Disco!).
En na het incasseren van schamper gelach en vele geschokte stiltes van door mij aangesproken ingewijden ben ik er eindelijk achter dat het toch vooral te maken moet hebben met ‘design’.
Een beschuitbus van Bolletje is geen retro maar een cacaoblik van Van Nelle dus weer wel.

Wat is design?
Ohmygoood!!!!

Toegiftje
Prachtige hipster en retro winkels / concept stores:
Concrete Matter
Six And Sons