Pindakaas

In onze lagere-schooltijd, begin jaren ’60. Tussen-de-middag thuis eten. Het liefst witbrood. Met, als het even meezat, pindakaas. En het was pas echt goed als over de pindakaas een laagje suiker lag. Het was een begrip: ‘Wat wil je op brood?’ ‘Pindakaas-met-suiker.’

Bij ons was ‘pindakaas’ dus altijd ‘pindakaas-met-suiker’.
Dit bleek toen een vriendje van mijn broertje, Pietje, regelmatig bij ons at wanneer zijn moeder een werkhuis had. Pietje was zo verzot op pindakaas dat hij rood aanliep van de voorpret zodra de pindakaaspot op tafel werd gezet.
Pietje Pindakaas vond suiker over de pindakaas echter maar niks. Vroeg je hem, geheel overbodig, wat hij op zijn brood wilde, zei hij steevast:
‘Pindakaas-met-zonder-suiker.’

Behalve dit ‘met-zonder’ had Pietje nog een verrassing.
Soms hadden we ook krentenbrood. Dat was een luxe in onze buurt en mijn moeder kon dan trots vragen: ‘Wat wil je eten?’. Die keuze hadden we doorgaans niet. Ze vroeg dit ook aan Pietje. Hij wees naar het krentenbrood en zei aarzelend: ‘Dát daar. Dat brood-met-vieze-neuzen.’ Pietje had misschien nog nooit krentenbrood gegeten. (Het zegt ook iets over de volksgezondheid in een achterbuurt.)
Dezelfde variant bleek hij ook te gebruiken voor Leidse- of komijnenkaas.

Advertenties

Etymologie

O
Orde:
oord; Ort: plaats, plek. In ’t Welzijns: plekje.
Ordenen, in/op orde brengen: dingen een plaats (plekje) geven.
Ordner: map om dingen een plekje in te geven.
‘Orde!’: ‘Op uw plaatsen.’ ‘Ken uw plaats!’
Verordening: Het geven van een wettelijke status (plaats) aan een zoveelste, onzinnige, maatregel.
Pikorde: Vooral bij mannen. Bepaald door de plaats waar het geslacht zich bevindt. Zit dit in hun hersenen dan zijn ze haantje de voorste.
Ordebewaarder: Persoon die beroepshalve, ’s-nachts in zijn bedje, elk van de 3.000 hooligans een plekje geeft.

‘Het is in orde.’ (Na het ‘dank u’, bij het geven van een bescheiden fooi): ‘Het is bij u op de goede plek.’ Lief.
Variant: ‘Laat maar zitten.’ Het afwijzen van wisselgeld. Zeer onbeleefd; zeg dit nooit buiten ons onbeschofte taalgebied.

Orde der Jezuïeten: plek waar zij vooral moeten blijven.
Orde van Oranje-Nassau: (staan)plaats voor verdienstelijke mensen. Mogen verder niet zeuren.

Karretje

Elke zichzelf respecterende Jongen had een karretje. Zelfgemaakt. Soms met hulp van vader of buurman. Nee, geen zeepkist, die was dicht, opschepperig, Amerikaans.
‘Middelen’ had je er niet voor nodig. Die waren er ook niet. Materiaal moest je hebben. Dat vond je gewoon op straat, op een bouwplaats, bij het grofvuil of in de haven. Je moest er soms voor op de vuist met concurrenten.

Wielen waren natuurlijk het allerbelangrijkst. En dus het meest zeldzaam. De beste waren die van een oude kinderwagen of wandelwagentje. Bij gebrek aan beter kon je genoegen nemen met grote kogellagers. Die maakten een kloteherrie, zodat je er zeker van kon zijn dat de meisjes je opmerkten. Dus eigenlijk wel stoer. Soms als je hard de brug afsjeesde sloegen de vonken eraf.
Vervolgens 3 planken. Eén stevige, beetje brede, lange plank. Ongeveer van de grond tot je borst. Hij mocht niet doorveren. De twee andere planken werden de assen.
En dan ook nog liefst iets breeds om op te zitten. Het deurtje van een keukenkastje was prima.
Had je wandelwagenwielen dan bevestigde je ze met de as onder de korte planken. Bij een ervan iets uit het midden, dat werd de stuur-as. Vastmaken met spijkers tegen de as aan in de plank en daarna om de as heen kromgeslagen. Beter waren beugeltjes waarmee leidingbuizen aan de muur bevestigd werden.
Bij kogellagers zaagde je de vier hoeken uit de planken zodat aan de uiteinden een stompje overbleef waar ongeveer de lager omheen kon. Zonodig met een baksteen wat bijgevijld. Dan omwikkeld met een reepje oude fietsband tot de lager niet meer paste. Met dezelfde baksteen ramde je vervolgens de lagers op hun plaats. Bleef gegarandeerd zes weken zitten, net genoeg voor de Grote Vakantie.
De achteras werd stevig onder de lange plank getimmerd. De lange plank mocht niet te ver uitsteken, vanwege de duwers, waarover straks. De vooras moest kunnen sturen, dus 1 spijker of schroef precies in het midden. Maar een echte bout, met sluitringen (ook een tussen de twee planken) en een extra moer om te borgen was het beste. Hierbij moest de lange plank van voren goed uitsteken: je bumper.
Tenslotte het keukendeurtje. Ook weer achteraan gelijk met de lange plank, dus niet uitstekend. Eventueel stukken uit beide zijkanten gezaagd voor de wielen.
De aandrijving kon op drie manieren.
– Alleen. Je knielde met één been op je karretje en zette je met je andere af tegen de straat. Een teugel diende om te sturen. Touw of snoer, aan beide uiteinden van de vooras vastgemaakt. Het was tegelijk je houvast.
– Samen met een vriendje. Als het jouw karretje was stuurde jij. Je stuurde met je voeten die aan weerszijden tegen de stuurplank stonden. Je remde met je hakken tegen de straat. De ander duwde je bij je schouders. Lopend, of steppend met één voet achter je op het karretje. Hij kon je behendigheid testen door je vlak bij een obstakel een enorme zet te geven. Of hij zat achter je, achterstevoren met zijn rug tegen de jouwe, en zette het karretje als het ware achteruitlopend in beweging. Het moest niet te snel gaan, anders hield de duwer zichzelf niet bij en belandde met zijn kont op de straat. Dit kon je als bestuurder ook forceren met een onverwachte ruk aan het stuur.
– Of meisjes. Die waren verbazend genoeg vaak bereid te duwen. Ze renden ook harder. Vooral met het vooruitzicht dat zij daarna ook even mochten sturen. Een karretje was niet ‘iets voor meisjes’, dus deze kans grepen ze. Meisjes duwden nooit zittend, want dan kon je hun broekje zien.

Harderr!

Stoepen op en af met je karretje was funest voor de constructie. In principe reed je op de rijweg. Dat kón ook. Als er per week vier auto’s door de straat reden was het veel. De hoofdstraat van de buurt was geasfalteerd, met halverwege een brug. Ideaal voor wedstrijden, vooral in de bouwvakvakantie, georganiseerd door vaders of oudere broers. Slalommen om verspreid opgestelde vuilnisbakken, maar meestal gewoon races. Per categorie: leeftijd, soort wielen enz.
De 1e, 2e en 3e prijzen waren gelijk: een degelijke onderhoudsbeurt. Spijkers werden op zwakke maar essentiele plaatsen vervangen door schroeven, splinterend hout afgeschaafd, lagers, wielen en stuurbout gesmeerd.
Eénmaal was er een echte beker als prijs. Door de groentenbooer vervaardigd uit een groot augurkenblik. Zijn zoon won hem. Wij gingen dus maar over tot de orde van de dag.

Weervrouwtje

Marten Toonder. Eén van zijn vele wonderlijke personages is een ouderwets en volledig in het zwart en geklede figuur, een soort Mormoon of Amish. Een grenzeloze zwartkijker. Zijn naam weet ik ook niet meer. Pastuiven Verkwil geloof ik. Hij loopt, ook bij stralend weer, altijd met opgestoken paraplu. Onder die paraplu regent het. Zijn kleren druipen, aan zijn neus hangt altijd een druppel.

Met J is het precies andersom. Wanneer zij met haar kar met huis-aan-huis-reclame de wijk intrekt, breken de wolken open. Of op z’n minst houdt het op met regenen. Zij is niet het vrouwtje uit het weerhuisje, dat alleen buiten komt als er mooi weer verwacht wordt. Wanneer J buiten komt is het mooi weer.
Blijf dicht bij haar.

Sapappels

Monpazier, Frankrijk. Het is al weken dertig graden
in de 
schaduw. Zelfs de fransen zijn bruin. Op het intieme centrale plein zitten we op het terras van Hôtel de Londres, op dit uur het domein van de toeristen.
Een nieuw groepje komt aan. Dertigers, jonge kinderen. Zonnebankbruin vlekkerig geworden door de woede van de echte zon. Neergetrokken mondhoeken. De mannen (boys) noemen de vrouwen schâh. Kids in driewielige buggies van het soort waarmee je de Himalaya kunt doen. Als het zaakje eindelijk aan een goed tafeltje en de driewielers op de juiste manier in de weg zitten komt madame opnemen.
– Messieurs-’dames?
– Euh… bierre, deuw bierre.
– Pression ou en bouteille?
– Jezus, tap, tep, eh…
– d’Accord, monsieur, á la pression.
En over haar schouder, richting de donkere grot van de zaal: ‘Deux pressions, deux!’ en tot de dames: ‘et mesdames?’ De man weer (‘tap’ werkte ook): ‘Appelsap’.
– Pardon?
– Oh my God. Bianc’ wat was appelsap ook weer?
Bianca trekt aan het schort van madame en bijt haar toe: ‘Pom-mes-de-jus!’
Madame wervelt om haar as en beent naar de zaal, mompelend maar wel steeds luider: ‘Pommes-de-jus! Pommes-de-jus! Deux Pommes-de-jus, deux!’ en van diep achter uit de zaal maar voor het hele terras hoorbaar: ‘Pommes-de-juuus, Nom-de-Djuuuu!!!’

’s Avonds, in het resaurant, wilde Bianc’ Châpeau-Briant.

Zin & onzin over alles & niks

naamloos kladblok

jacob de bruin

SmitzonderH

Hallo lieve lezer :) Welkom op mijn blog! Ik plaats hier uiteenlopende verhalen, van grappig tot emotioneel, van waargebeurd tot fictie. Uw reactie wordt gewaardeerd! Ik wens u veel leesplezier en een hele fijne dag! Mocht u mij willen volgen, klik dan op het blauwe balkje hier gelijk rechtsonder in beeld. Thanks!

Martijn de Boer

beeldend kunstenaar / artist

Sonja Schulte

leest, schrijft, tekent, fotografeert en maakt audio. Boekrecensies voor DvhN/LC. Essays voor De Optimist en De Gids. Maakte multimediaal e-book 'Vlieland' bij De Gids: een reisverslag in tekst, beeld en geluid (de-gids.nl/winkel/vlieland3)..

louterliefde

Het is met oorlog zoals met verliefdheden. Je kunt niet kiezen wanneer ze je overvallen (Lanoye, Heldere Hemel)

de nachtwandelaar

chasing shadows

Acta Sanctorum

Het dagdagelijk dagboek van Johan Sanctorum (verschijnt ook dagelijks op zijn facebookpagina)

Cassandraclub

Donkere wolken in de kristallen bol, met hier en daar een lichtpuntje

EEN TAFEL VOL ROZIJNEN II

KRONIEK OVER HET WEL EN WEE DER DINGEN

janariebuijs

All what's in a man's mind....

Bubbliciously me

Living the life you love....

sprokkelen

duurzaam leven in een sociale samenleving. politiek, dagelijks leven, opruimen, zelf doen en zelf maken. goedkoop en groen.

De Woordenwerf

Werken met woorden die werken

Rob's iPad Art

Rob van Doeselaar maakt een nieuwe tekening op de iPad

cultuurreis

We nemen je mee op een reis waarin je kennis maakt met de meest aparte culturen van de wereld

robschimmert

Alleen links inhalen s.v.p.

Gladius Poeticus

A poetic short sword, to freely cut, chop or stab in hand-to-hand combat with my rats. (©, copyright, auteursrecht).

ZICHTBAAR ALLEEN

Een weblog over poëzie

dray bosma

'Doe maar vrolijk.'

MUIZENEST

MET VEEL BERICHTEN OVER DE PERIODE 1795-1945, MAAR OOK ALLERLEI ZAKEN NA 1945 DIE ME TOEVALLIG INTERESSEREN

Evy Van Eynde

Pent, kribbelt, denkt, plakt letters aan elkaar...

tussendelijnen

Jezelf urenlang verliezen in de wereld die een boek oproept, is pure magie. Urenlang over diezelfde wereld moeten horen aan de toog, is dat doorgaans niet. Dat zadelt mij met een probleem op. Schrijven is namelijk niet alleen mijn passie, maar ook een beetje mijn job. En dus kan ik - wil ik, moet ik zelfs - er uren over leuteren. Want er valt zoveel over te zeggen. Zoveel te ontdekken, te verzinnen, te beslissen, te evalueren en te herevalueren. Daarom heb ik een blog nodig. Zodat de mensen die ik liefheb, met mij pinten willen blijven pakken.

Door Suzanne

De beleving in al haar facetten

Méland Langeveld

Korte verhalen en gedichten

IN DUBIO

Notities van een Wandelaar

Bettine's schrijfsels

Schrijfsels over wat me aan het denken zet

Openbaar Geheim

door Bor van Geenen

mijn letterkast

Mijn blog gaat over het ongewone van het gewone, gevormd door de letters uit mijn letterkast

Sjaan schrijft

scribit ergo est

Moniek Spaans

zinsbegoochelingen - beeldspraak-watervallen - associatie-stroomversnellingen - taal en teken

FRAMEWORK

fluwijn.wordpress.com

akim a.j. willems

pssst...het menu van deze site vind je dààr in het hoekje = = = = = = = = = > > > >

weejeewee's Blog

Van alles en nog wat....dagelijkse prietpraatjes!

%d bloggers liken dit: