Tagarchief: poesie

Fietspad Begeerte

Een herenfiets viel
Voor een dames-
Zo‘n ranke, slanke
Snelle Gazelle

Echt zo‘n lellebel
Van een sportmodel
Roze-metalic van kleur
Geen jasbeschermers
Geen kettingkast, niets!
Zelfs geen kapje voor
De derailleur, o echt
Zo’n dijk van een
Fiets

De oude Batavus
Hij wendde het stuur
En probeerde te denken
Wanhopig te denken
Aan niets

Advertenties

Douche

Die morgen klonk
gedempt haar roep
vanuit de badcel
in de gang

Kun je me even
een handdoek geven
Die blauwe
van de lijn?

Met schone badstof
stout van zin en bonkend hart
begaf hij zich naar wat het duister
van die nacht hem had onthouden:
dat wilde lijf bij helder daglicht
te aanschouwen

Beleefd klopte hij zacht

Ja kom nou maar
wat treuzel je
ik heb het koud
ik wacht…

Daar stond ze, bij ’t fontijntje

Haar opgestoken, jas al aan
gezicht en handen onder de kraan
colgate-klodders op de tegelwand
gebarend met een natte hand:
Schiet op nou man
mijn bus!

Dus

Reus

Wat doet een reus met moederdag?
Dan gaat hij naar de keuken,
Serveert zijn vrouw ontbijt op bed
En als -ie koffie heeft gezet
Plukt hij een tuiltje beuken.

_

Hoe kom ik hier op? Op een bank, op een brug over de Korte Prinsengracht, je weet wel, vlakbij café Tieltje aka ‘Papeneiland’, in de zon. De eerste ook warme zonnige dag. Ik heb net boodschappen gedaan. Alle winkels puilen uit van de paaseieren en -kuikentjes. Alleen de drogist op de Westerstraat, die met die spreekwoorden, heeft al een bord buiten staan met ‘Gezellige Moederdag-ideetjes!’ En uit een passerende auto met open ramen komt nu eens geen rapmuziek maar een flard kinderkoor. Annie M.G. Zo kom ik hier op.
Maar die reus dan? Dat weet zelfs Joost niet.